Grenzen aan de vrijheid van meningsuiting?

Op 12 oktober ging in de kerk van de Brabantse Olijfberg (Protestantse Kerk Antwerpen-Noord) – de locatie zelf is even mooi als haar naam – een lezing door in het kader van “Luther anno 2017”, een lezingen- en activiteitenreeks ter ere van het 500-jarig publiceren van de befaamde 95 stellingen van Wittenberg door Maarten Luther.

“Maarten Luther was een botte polemist”: de eerste woorden van Geert Van Istendael, één van de 3 deelnemers aan het paneldebat.    Dat vind ik een interessant uitgangspunt voor deze blog: waar ligt de spanning tussen enerzijds verandering teweeg brengen door te breken met het status quo – in woord en daad – ,  daarbij intens gebruik makend van de vrijheid van meningsuiting die bij uitstek bestaat om “afwijkende” en “taboe doorbrekende” meningen te beschermen.   Maar anderzijds ook die hedendaagse obsessie met polemiek vs. verbinding, wij-tegen-zij.  Kan je taboes doorbreken zonder te polemiseren?  Kan je “tegen-denken”, tegen de “pensée unique” in, en toch constructief debatteren met elkaar, hoffelijk en met respect?

Maarten Luther doorbrak in zijn tijd de pensée unique in de samenleving, voornamelijk die in de katholieke kerk en het vaticaan die toen gedeeltelijk samenviel met de wereldlijke en politiek-institutionele elite.  Hij werd daarvoor door de Paus geëxcommuniceerd uit de katholieke kerk, en zelfs door Karel V uit het keizerrijk.  Volgens Van Istendael was hij dus een botte polemist.   Wat kunnen we hieruit leren voor de polemisten van vandaag?  Voor zij die de taboes doorbreken in 2017?  Moeten we hen verwerpen, of juist omarmen en ondersteunen?

 

Martijn Luther en de 95 stellingen

Martijn Luther was een Duitse protestantse theoloog en reLuther95thesesformator.  Hij ontwikkelde zich tot hoogleraar in de theologie aan de universiteit van Wittenberg (Duitsland).  Op 31 oktober 1517 publiceerde hij zijn 95 stellingen tegen de handel in aflaten.  Hoe dat gebeurde is voer voor historici.   De legende wil dat de polemist Luther vol vuur de stok in het hoenderhok gooide, en ze daarom met veel poeha vastspijkerde aan de deur van de kerk van Wittenberg.  Een andere versie wil dat Luther helemaal niet de polemiek op zocht, maar wel een wetenschappelijk debat op gang wilde trekken.  In die tijd was het de gewoonte om “food for thought” aan de deur van de kerk te spijkeren, zowat de “facebook en twitter van die tijd”.

Wat er ook van zij: Luther’s stellingen werden een “game changer” in de geschiedenis van het christendom (en Europa).  Luther vond het onrechtvaardig dat schuld kon worden afgekocht met contante betaling van “aflaten” aan de Paus, en fulmineerde tegen de decadente rijkdom en arrogantie van de toenmalige katholieke kerkinstituten en in het bijzonder de paus.  Hij legde daarmee de basis voor de reformatie en finaal de protestantse stroming in het christendom, een meer zakelijke, rationele christelijke geloofsvorm, in een sterk gedecentraliseerde geloofsgemeenschap met hernieuwde focus op de inhoud, nl. de bijbel en God zelf, i.p.v. de vorm, zoals dure spectaculaire kerkgebouwen, schilderijen, beeldhouwerken, afgoden verering, etc …

 

Het debat

Het debat panel in de Brabantse Olijfberg bestond uit historicus Jan De Volder, schrijver Geert van Istendael en Joke van Leeuwen.  Deze laatste is overigens voorzitter van PEN, een auteursvereniging die ijvert voor vrijheid van meningsuiting, en tegen juridische vervolging van o.a. schrijvers, journalisten, etc.   Moderator was Dick Wursten, theoloog, voormalig protestants predikant te Antwerpen, en tegenwoordig inspecteur in het stedelijk onderwijs.

 

Mag je God – of elkaar – beledigen?

Uitgangspunt van de discussie was volgende vraag: wat is de spanning tussen enerzijds vrijheid van meningsuiting (je moet alles kunnen zeggen), en anderzijds het al of niet beledigen van je medemens, en hoe veruitwendigt deze spanning zich bvb. in het domein van de religie?

Bvb.  de Mohammed cartoons van o.a. Kurt Westegaard – die na 10 jaar nog steeds ondergedoken leeft onder zware beveiliging – hebben deze discussie wereldwijd doen ontbranden (soms letterlijk).  Moslims in binnen- en buitenland, maar dus ook zij die hier genieten van onze democratische rechten en vrijheden, waren van mening dat Westegaard ver over de schreef was gegaan.   Westegaard is nu 82, maar leeft nog altijd in permanente angst en beveiliging vanwege de vele fatwa’s die over hem zijn uitgesproken door Islamitische fanatiekelingen wereldwijd.  Een grote, criminele schande natuurlijk!

Ander voorbeeld: in 2005 ontbrandde in Vlaanderen een hevige discussie rond het KVS stuk “Onze Lieve Vrouw Van Vlaanderen”.  Op de affiche van dat stuk werd de Maagd Maria afgebeeld als een oosterse vrouw-met-hoofddoek, en een ontblote borst.   Een 100-tal katholieken interpreteerde dit als een belediging, en protesteerden voor de KVS, weliswaar vreedzaam, zonder fysieke bedreigingen of scheldtirades aan het adres van de KVS creatievelingen (toch een belangrijke nuance t.a.v. de alomtegenwoordige islamterreur in woord en daad).

In het debat ontsponnen zich geleidelijk aan twee strekkingen.  Een eerste strekking is deze dat het juridisch vervolgen van opinies sowieso “not done” is  in onze Westerse democratieën.  Later in deze blog zullen we zien dat dit helaas niet evident is, zoals Paul Cliteur in zijn boeken aanklaagt.  Toch leken daarover alvast Van Istendael, Van Leeuwen (logisch vanuit haar hoedanigheid van PEN voorvechter) en Wursten zelf het eens te zijn.  Jan De Volder echter stelde zich eerder kritisch op t.a.v. de “‘polemisten”, die van mening zijn dat “men alles moet kunnen zeggen”.  Zijn argument: “woorden zijn ook wapens”.

Een interessant voorbeeld hiervan was de zinderende maar ook dramatische kopstoot van Zinedi Zidane in de WK finale van 2006 in Berlijn tussen Frankrijk en Italië.  De Italiaan Materazzi had naar verluidt iets heel lelijks over de zus van Zidane gezegd, waarop de immer rustige en behoorlijk introverte Zidane buiten zinnen ging en dom rood pakte met een weinig schadelijke kopstoot in de allerlaatste wedstrijd van zijn leven.  Drama!  Materazzi zou later daarover zeggen dat hij Zidane probeerde te jennen met “domme woorden”, en dat dat maar “peanuts” was met wat je hoort op een veld in Rome, Napels of Turijn.   Of neem een ander voorbeeld: paus Fransiscus, die – als christen – zonder blikken of blozen stelt dat indien een goede vriend iets over zijn moeder zou zijn, die een klap kan verwachten.

De tong is inderdaad vuur, en het woord een wapen, maar kon daarom de kopstoot van Zidane vergeven worden, en zijn logische straf (rood) kwijtgescholden?  Natuurlijk niet! Hoogstens kon Zidane begrepen worden, maar het ene wapen kan nooit het gebruik een ander nog gevaarlijker wapen vergoelijken.µ

Wat is dan de oplossing?   Voor Jan De Volder ligt de oplossing in een hoffelijk debat, waarbij je op beleefde wijze met elkaar  van mening verschilt, zonder elkaar te beledigen.  Dat strookt met een veel gehoorde verzuchting in de maatschappij van vandaag: “we moeten verbinden in plaats van te verdelen”.  Volgens De Volder moeten we een verbale of politieke (?) hygiëne aan de dag leggen in onze debatten.  Daarop waarschuwde Joke Van Leeuwen – terecht – voor “zelfcensuur”.  Immers: welke boodschappen zijn dan juist “voldoende hoffelijk” en welke zijn “te polariserend” om aan bod te laten komen in De Volder’s debatcultuur?   Kan je “een beetje zwanger zijn” in vrije meningsuiting?  We aanvaarden de meeste meningen, zo lang ze hoffelijk zijn?  Hoogstens kan je hiernaar streven, en mensen hiertoe aanmoedigen, maar dwingen kan je niemand.  Ook minder hoffelijke, polariserende meningen hebben recht van spreken.

 

Polariseren vs. gezelligheid

Tegen een hoffelijk debat van woord en wederwoord kan natuurlijk niemand tegen zijn.  Als we permanent iedereen zouden schofferen, zou het leven ondraaglijk zijn, tenzij voor de meest ergerlijke misantroop.

Maar als hoffelijkheid ontaardt in zelf-censuur en het inboeten aan duidelijkheid, of in het discrediteren van afwijkende meningen (van de eigen mening of van de heerste – dominante mening in de gemeenschap)  omdat ze zogenaamd “polariserend” zijn, dan rijst er een fundamenteel probleem.  Het debat wordt dan gefnuikt op basis van een subjectieve kwalificatie en interpretatie van een mening als zijnde “polariserend”.  Maar wie kan neutraal en objectief vaststellen welke mening hoffelijk dan wel polariserend is, en wat dan wel of niet door de beugel kan?  Bovendien leidt deze discussie de aandacht af van de “inhoud” naar de “vorm”.  De focus van het debat wordt verlegd naar hoe de zaken worden verwoord, en welke emoties dat al dan niet oproept bij de ontvanger, naar welke inhoudelijke boodschap, opinies en feiten er in feite fundamenteel naar voren worden gebracht.

De geschiedenis leert bovendien dat grote denkers, historische figuren die de geschiedenis fundamenteel in een andere plooi hebben gelegd, precies vaak héél polariserende figuren waren, die op revolutionaire wijze de pensée unique doorbraken, tegen de heersende en dominante opinies in.   Luther bvb. doorbrak de pensée unique rond aflaten van de 16e eeuw door zijn 95 stellingen aan de kerkdeur in Wittenberg te nagelen.  Had Luther niet gepolariseerd, en was hij in de verdere loop van zijn leven niet lijnrecht tegen het maatschappelijke eenheidsdenken ingegaan, dan had de geschiedenis van het christendom een wel heel ander verloop gekend.

Of neem Baruch Spinoza, de grote filosoof die het geloof afzwoer,  en daarmee één van de grondleggers is van de Verlichting en het rationalisme.  Ook hij werd door zijn religieuze (Joodse) gemeenschap uitgesloten.  Er zijn voorbeelden legio van grote denkers die controversieel waren: Galileo Galileo, Gandhi, Nietchze, … .  Natuurlijk zijn er ook tegenvoorbeelden:  Adolf Hitler heeft duidelijk geen constructieve bijdrage geleverd aan de geschiedenis, en Donald Trump is bij uitstek controversieel, maar geen groot intellectueel (de waarde van zijn bijdrage aan de geschiedenis zal nog moeten blijken).  Het punt is dan ook: controversieel zijn, en polariserend, is geen argument op zich om een opinie te crediteren, of discrediteren.  Het houdt geen waardeoordeel in over de opinie an sich.  Het is niet dat jouw mening een tegenpool is van de andere mening, dat de andere mening goed of slecht is.  Het is ook niet omdat mensen verdeeld zijn over een bepaalde opinie, dat de opinie slecht is.   Het is bovendien gevaarlijk om polariserende standpunten af te voeren omwille van het loutere feit dat ze polariserend zijn, want daarmee dreig je potentieel waardevolle opinies buiten spel van het democratische debat te plaatsen.   Misschien is dat soms juist de bedoeling (cfr. het “cordon sanitaire” bij het Vlaams Blok) ?

Neem nu bvb. de boodschap dat Vlaanderen, Schotland of Catalonië beter onafhankelijk worden.  Deze opinie wordt vaak beschouwd als een nationalistische, verdelende, en dus polariserende opinie, van “separatisten” die “mensen tegen elkaar wil opzetten” (een vaak weerkerend verwijt).  Echter, zelfstandige, autonome en onafhankelijke regio’s kunnen juist heel waardevol zijn in de organisatie van mens, maatschappij en staat, juist doordat ze macht decentraliseren, democratische besluitvorming op het laagst mogelijke niveau leggen (subsidiariteit) en omdat ze zelfbeschikking en ontplooiing van volkeren ondersteunen.  Daar kan je dus een heel democratisch en constructief debat over hebben, maar dit debat wordt bij voorbaat gefnuikt indien we deze opinie bij voorbaat in het pejoratieve hokje “polariserend” plaatsen, en erger nog, ze daardoor minderwaardig achten, ze geen plaats in het debat geven, of ze dreigen weg te censureren.

Ander voorbeeld: de opinie dat “we” (Europa, België, Vlaanderen, Antwerpen, …) niet alle migranten wereldwijd kunnen opnemen/helpen is natuurlijk geen “gezellige” boodschap, noch voor de migranten in kwestie die eventueel oorlog en armoede ontvluchten, maar ook voor mensen die willen helpen.   Maar het is natuurlijk niet omdat die boodschap “ongezellig” is dat ze ook onwaar, niet nuttig, niet relevant of niet waardevol is.   Ook onaangename, ongezellige boodschappen en meningen kunnen bijzonder waardevol zijn, en het is natuurlijk van uitermate groot belang dat ook zij een plaats krijgen in het debat.  Optimisme is goed, maar ik verkies een rationeel realisme boven een naïef en emotioneel optimisme!

Neem bvb. de opinies die N-VA rond de vluchtelingencrisis formuleerde in 2015.  Bart De Wever kreeg veel kritiek (“hij zet mensen met one-liners op het verkeerde been“) voor zijn gastcollege aan de UGent in september 2015, terwijl diezelfde De Wever ook nog eens bakken verontwaardiging over zich heen kreeg toen hij stelde dat niet alle migranten die in Europa/België aankwamen oorlogsvluchtelingen waren, o.a. omdat sommigen onder hen reeds vertrokken waren van een veilig land (bvb. een EU/Schengen land, of bvb. een veilig land als Turkije).  Els Keytsman zegt in het artikel zelfs dat ze “gechoqueerd” is door die uitspraak van BDW, en noemt ze “larie en apekool”.   Qua polarisering kan dat natuurlijk tellen, wat alleen maar aantoont dat polarisering een verhaal is van alle politieke strekkingen!

Echter, nu we 2 jaar verder zijn, kunnen we stellen dat N-VA toch in heel wat opzichten spijkers met koppen heeft geslagen in dit vluchtelingendebat.  Europese landen hebben massaal gewerkt aan het verminderen van de instroom – wat N-VA bepleitte – , en “pushbacks” zijn vandaag in de feiten een realiteit, zowel in Turkije-deal (Syriërs die illegaal – bvb per bootje het Europese vasteland bereiken worden teruggestuurd in ruil voor de relocatie van een andere Syrische vluchteling uit Turkije), en in Libië (waar Italiaanse kustwacht pushbacks uitvoert gesteund door Italië en de EU).  Bovendien werkt men nu in alle Europese landen actief aan een terugkeerbeleid voor illegale migranten, hetzij vrijwillig hetzij gedwongen, cfr. Rutte in Nederland (aangejaagd door Wilders), Macron in Frankrijk (aangejaagd door Lepen) of Merkel in Duitsland (aangejaagd door de Beierse CSU en het AFD).   Dit moet ertoe moet leiden dat migranten die niet vallen onder Conventie van Genève weer terug worden gebracht naar het punt van vertrek, en ook dit was een belangrijk N-VA strijdpunt.   Kortom, ondanks alle emotie en verontwaardiging over polarisering en verdeling, zijn heel veel N-VA beleidsvoorstellen rond migratie vandaag realiteit en ook breed in onze maatschappij aanvaard, zowel in België als in Europa. Was ook N-VA hier een ijsbreker, die de pensée unique doorbrak met revolutionaire standpunten, die pas een tijd later gemeengoed zijn geworden?

Kortom, ook en soms bij uitstek het “ongezellige” moet zijn plaats hebben in het debat, want anders leven we in een maatschappij waar slechts dromers en Facebook likes zullen resten.  Of een mening polariserend is of niet, is een slecht criterium om de waarde van de mening aan af te meten, en vaak een stok om de tegenstander mee te slaan, zonder echt het debat aan te gaan.

 

Bardot – Fallaci – Houellebecq – Wilders

Een interessant boek dat ik in dit verband heb gelezen is het boek “Bardo Fallaci Houellebecq Wilders” van Paul Cliteur, Nederlands rechtsfilosoof, over de juridische vervolging van wat hij noemt “religiekritiek en vreemdelingenvrees”.

Cliteur neemt het in dit boek op voor enkele beruchte “tegen-denkers” in Europa die allen één ding gemeen hebben: allen zijn ze juridisch vervolgd o.w.v. hun opinies, op basis van wetgeving rond “opinie delicten”, zoals racisme, discriminatie of groepsbelediging.  Cliteur neemt dus stelling tegen de (juridische) vervolging van opinies in Europa, en radicaal pro vrije meningsuiting.

Cliteur benoemt vele boeiende voorbeelden (o.a. de Islam-kritische roman schrijver Michel Houellebecq).  De meest controversiële casus die Cliteur aanhaalt is natuurlijk Geert Wilders, en precies daarom zou ik precies deze casus Wilders hier kort willen toelichten.  We kunnen immers veel leren uit de argumentatie van Cliteur, zowel over de historische en filosofische principes van vrijheid van meningsuiting, het belang ervan in onze hedendaagste samenleving, en hoe ze in deze tijd onder druk is komen te staan in het Westen.

Wilders werd veroordeeld voor de vraag die hij stelde aan zijn puliek in 2014 voor draaiende camera’s:

“ik vraag aan jullie: willen jullie in deze stad of in Nederland meer of minder Marokkanen?”

Dat het hier in feite een vraag betrof en geen uitspraak, dat “Marokkanen” geen ras zijn maar een nationaliteit, en dat Wilders in één adem ook had gevraagd of we ook minder PVDA en minder EU wilden, speelde voor de rechtbank geen rol.  Wilders werd veroordeeld voor groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie.  Cliteur is het daar echter grondig mee oneens.  In het boek geeft hij daar een aantal juridisch-technische argumenten voor, maar zijn belangrijkste argumenten zijn eigenlijk helemaal niet juridisch van aard.

Ten eerste stelt Cliteur vast dat zowel Wilders – maar ook de andere belaagde tegen-denkers die hij bespreekt – zich in een precaire positie bevinden binnen de Nederlandse (Westerse) samenleving, en we hen daarom per definitie de nodige maatschappelijke bescherming moeten bieden.  Wilders is verplicht om te leven onder permanente beveleiding vanwegen zijn politieke overtuigingen, want sinds Pim Fortuyn en Theo Van Gogh in resp. 2002 en 2004 omwille van gelijkaardige standpunten werden vermoord.  De politieke standpunten die deze mensen innemen zijn blijkbaar van die aard dat ze daardoor in hun fysieke integriteit bedreigd worden, wat toch dramatisch is in een vrije, Westerse democratie!

Ten tweede is Wilders een politicus die vervolgd wordt omwille van zijn politieke standpunten.  Dat is natuurlijk bijzonder ingrijpend, aangezien het beroep van de politicus precies is het verdedigen van politieke standpunten.   Cliteur betoogt dus dat we als maatschappij wel zeer goed moeten nadenken waarom we enerzijds politici hebben waarvan we verwachten dat ze politieke opinies formuleren en verkondigen – liefst in relatie met het volk waarvan ze in een goed werkende representatieve parlementaire democratie een “representatief staal” zouden moeten zijn – , maar dat we anderzijds diezelfde politici juridisch gaan vervolgen precies omdat ze een politiek standpunt hebben gekondigd (zoals bvb. een migratiestandpunt, een cartoon, een satirisch stuk of een belediging van de Islam).   Men komt dus in een hellend vlak terecht waarbij de elites – de heersende en dominante strekkingen – wetten afspreken over welke politieke standpunten al dan niet acceptabel zijn, en daarmee de democratische vrijheden (vrijheid van meningsuiting) van de politiek zelf gaan inperken. Wilders – of je hem nu leuk vindt of niet – heeft een unieke plaats in het debat, en neemt dus een minoriteitspositie in.  Zouden we die uniciteit en minoriteitspositie van zijn opinie – en de opinies van de kiezers die hij vertegenwoordigt – niet juist moeten beschermen, ipv. vervolgen?

Tenslotte, als je een politicus vervolgt, vervolg je ook zijn kiezers.  Een veel gehoord argument is dat politici demagogen zijn, die het volk opruien.  Ik ben het daar niet mee eens.  Ik geloof dat politici juist vertolkers – spreekpoppen als je wil – zijn van ideeën die sowieso leven bij hun kiezerspopulatie (ook al is er uiteraard een wisselwerking).  Dat is trouwens ook het basisprincipe van de representatieve parlementaire democratie: het volk is bepaalde opinies en strekkingen toegedaan, en verkiest een aantal “kiesmannen” (die eventueel opgeleid zijn) om hun opinies en strekkingen mee te gaan verdedigen op het parlementaire, institutionele niveau.  Dit is vandaag de – immer imperfecte – doch best werkende vorm van democratie die we kennen en ons kunnen inbeelden.  Als je de politicus vervolgt, vervolg je dus ook zijn kiezers.  Met de vervolging van Vlaams Belang en Wilders in Nederland, werden miljoenen Belgen en Nederlands vervolgd omwille van hun politieke opinies.  Dit op zich is al een drama – een ultiem falen – voor de democratie!

 

Een vleugje filosofie

Tenslotte kijkt Cliteur ook naar de problematief met een politiek-filosofische bril: hoe keken de grote filosofen tegen deze vragen aan?   John Stuart Mill legde de basis voor de vrijheid van meningsuiting.  Hij stelde:

Als de gehele mensheid met één uitzondering dezelfde mening had, terwijl die ene persoon een tegengestelde opvatting koesterde, dan zou de mensheid even weinig recht hebben om die ene persoon tot zwijgen te brengen dan hij zou hebben om de mensheid het zwijgen op te leggen, als hij de macht had

Betekent dat dat volgens Mill de vrije meningsuiting ongelimiteerd is?  Neen, hij ziet één grens en dat is de grens van het schadebeginsel:

De enige reden waarom men rechtmatig macht kan uitoefenen over enig ander lid van een beschaafde samenleving, tegen zijn zin, is de zorg dat anderen geen schade wordt toegebracht.

Mill zelf geeft in zijn boek ook het voorbeeld van de graanhandelaar die zijn pakhuis bedreigd ziet door een woedende menigte. Die menigte aansporen de graanhandelaar of zijn bezittingen aan te vallen, zou wel degelijk strafbaar moeten zijn, zegt Mill.  Maar Mill stelt ook dat beschuldigingen aan het adres van de graanhandelaar in een krant zeker niet verboden zouden mogen worden, ook niet als het mogelijke gevolg is dat de bevolking zich uiteindelijk tegen hem zou keren.  Er is dus een dunne lijn, een vage grens, tussen vrije meningsuiting, en oproepen tot geweld tegen iemand

 

Oproeping tot geweld of bedreiging vallen niet onder de vrijheid van meningsuiting.  Maar het risico bestaat om het begrip “opruiing” te ruim te nemen en dit zou mogelijks bij Geert Wilders en Vlaams Blok het geval kunnen geweest zijn.   De vraag die moet gesteld worden is: voelden de benadeelden van Wilders’ en VB’s uitspraken zich direct in hun fysieke integriteit bedreigd?  Riep Wilders op tot geweld tegen de Marokkanen, de PVDA of de EU?  Riep het Vlaams Blok met zijn 70-punten plan op tot geweld tegen migranten of wie dan ook?  De vraag stellen lijkt me ze beantwoorden …

Een andere filosoof die een belangrijke bijdrage leverde aan de ontwikkeling van het recht op vrijheid van meningsuiting is uiteraard Voltaire.  Van hem komt deze schitterende quote:

Ik ben het niet eens met wat je zegt, maar ik zal het recht om het te zeggen tot de dood toe verdedigen

Laat ons daarnaast ook eens naar de encyclopedische definitie van het woord “tolerantie” kijken:

Tolerantie geeft aan in welke mate mensen die anders denken, zich anders gedragen of anders worden geaccepteerd in de maatschappij. 

Dit leert ons het volgende: tolerantie betekent het verdragen van meningen waarmee men het juist niet eens is.

Tolerantie met opinies waarmee men het roerend eens is, is dus helemaal niet uitdagend en ook niet interessant.  Tolerantie wordt pas interessant, wanneer men het toepast op die opinies waar Voltaire over spreekt.   Bvb. precies die opinies waarvan men walgt, die men verachtelijk vindt, en waar men zich in de verste verte niet in kan inleven.  We denken bvb.  aan Donald Trump en zijn kiezers: kunnen we ook tolerant zijn kiezers, die een andere mening zijn toegedaan dan wij, of stoppen we hen vol minachting in “the basket of deplorables”, zoals Clinton deed?   We denken bvb. aan Wilders en zijn kiezers, of het Vlaams Blok en de Vlaamse arbeidersklasse die grotendeels het linkse kamp heeft verlaten uit onvrede met het migratiebeleid in de voorbije 50 jaar.  Kunnen we ook tolerant zijn voor hen, of minachten we hen als “mestkevers”, zoals Karel De Gucht?

De Duitse socioloog Max Weber schetste in “Politik als Beruf” het onderscheid tussen de politicus en de ambtenaar.  Het ethos van de ambtenaar is dienend, en moet juist niet doen wat de politicus moet doen.  De politicus moet echter “kämpfen“.  Hij moet partij kiezen, en met passie en vuur zijn politieke standpunten verdedigen.  Het woord demagoog (populist?) heeft bij Weber ook geen negatieve gevoelswaarde: het volk moet (be)geleid worden door mensen die ideeën hebben en die bereid zijn die ideeën in een woordenstrijd te verdedigen.  Een politicus verwijten dat hij een (harde) woordenstrijd voert, of dat hij maatschappelijke tegenstellingen benoemt, is vanuit Weber’s standpunt bekeken dus een totaal absurd verwijt.  Je kan ook de sigarenhandelaar verwijten dat hij sigaren verkoopt!

Ook Karl Popper heeft hier zinnige dingen over geschreven in “The Open Society and Its Ennemies”.  Hij stelt dat we de democratie moeten beschermen tegen hen die haar willen vernietigen.  M.a.w.  wil je Wilders of Vlaams Blok veroordelen, moet je kunnen aantonen dat hun standpunten een gevaar vormen voor de democratie.  Je kan volgens mij zeker argumenteren dat de Wilders-vraag “Willen jullie meer of minder Marokkanen” geen bedreiging is voor de democratie.  Omgekeerd kan je bvb. wel aantonen dat oproepen tot terroristische aanslagen (zoals IS doet, en IS filialen hier in onze eigen Europese Moskeeën) wel een bedreiging zijn voor onze democratie, omdat ze letterlijk de fysieke integriteit van de democratie bedreigen.

 

Einde

Voor mij is de juridische discussie over vrijheid van meningsuiting weliswaar belangrijk, maar niet essentieel in dit verhaal.  Wat essentieel is, is hoe we klaar en duidelijk, ondubbelzinnig van mening kunnen verschillen – ook soms over helaas ongezellige onderwerpen – die zijn er nu eenmaal – , en toch samen tot een beter, groter geheel kunnen komen, en kunnen leren van elkaar.  Dat doe je in de eerste plaats door elkaar te respecteren, en constructief en hoffelijk te debatteren.  Dat betekent uiteraard de tegenstander respecteren en ruimte geven om aan bod te komen in de discussie of democratie en zijn opinie zeker niet te verbieden of minderwaardig achten.  Helaas is dit in onze Westerse maatschappij geen evidentie, cfr. de voorbeelden van Geert Wilders, Pim Fortuyn, Theo Van Gogh en het Vlaams Blok, maar er zijn nog vele andere minder gecontesteerde voorbeelden te geven.

Constructief en hoffelijk debatteren mag ook niet verglijden naar zelf-censuur, want dat gaat ten koste van de inhoudelijke kwaliteit en breedvoerigheid van het debat: bepaalde argumenten worden eventueel niet meer gegeven of geponeerd uit angst de tegenstander te kwetsen.

Polarisatie maakt integraal deel uit van de democratie.  Het tegenover elkaar stellen van verschillende zienswijzen, daaruit leren (dit is mogelijk indien men dit respectvol, en hoffelijk doet) en vanuit these/anti-these evolueren naar een synthese/consensus al dan niet op institutioneel of individueel niveau is de essentie van onze representatieve parlementaire democratie.   Als iedereen het permanent eens zou zijn, zouden we evolueren naar een passieve en statische pensée unique, waarin nieuwe impulsen, ideeën en inzichten geen ruimte krijgen.  Het is juist uit de ontmoeting (en “confrontatie”) van verschillende ideeën, opinies en inzichten dat een nieuwe synthese kan geboren worden, zie ook mijn allereerste blog en de motivatie daartoe.

De geschiedenis heeft aangetoond dat polarisatie ook nodig is om fundamentele revoluties in het denken teweeg te brengen.  Van Galilei over Luther, van Spinoza tot en met Einstein.  Allen werden ze initieel verguisd en/of geëxcommuniceerd door hun eigen gemeenschappen hoewel hun ideeën nu zonder uitzondering gemeengoed zijn geworden, en achteraf, duidelijk de juiste zijn gebleken.  Men moet dus goed opletten met het verketteren van opiniemakers die het eenheidsdenken doorbreken en al dan niet politiek incorrecte meningen verkondigen.  Men zou wel eens een politieke innovatie de kop kunnen indrukken!

Het feit of een mening polariserend is of niet is geen criterium om ze te crediteren of discrediteren, laat staan om ze te verbieden.   Verstandiger en wetenschappelijk meer verantwoord is het om voorbij te gaan aan wat het standpunt emotioneel oproept (afkeuring, verontwaardiging, walging, … ) en te kijken naar het standpunt zelf, de inhoud, de feiten en deze af te wegen tegen jouw eigen rationele interpretatie van die gegevens.  En laat ons het dan daar verder over hebben, alstublieft!

De vorm is belangrijk, maar de inhoud is nog veel belangrijker.  Laat ons vooral daarop focussen, en daarover spreken!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s