Edmund Burke – De zin en onzin van het vooroordeel

Afgelopen week ging ik naar een lezing en aansluitend debat over Edmund Burke in het Vlaams-Nederlandse cultuurhuis deBuren in Brussel.   Op het appél aanwezig: Annelies Beck als moderator, en daarnaast Bart De Wever, Paul Scheffer en ene Anton Jaeger. Lees hier het werk van Burke, Reflections on the revolution in France.

Bart De Wever

Bart De Wever’s fascinatie voor Burke is bekend sinds hij er een column over schreef in De Standaard in 2003.  Daarin beschrijft hij hoe hij als jonge academicus een fervent aanhanger was van Burke, enerzijds omdat hij zich als ontvoogde flamingant identificeerde met de Ierse, katholieke Burke, anderzijds omdat hij als jonge politiek geëngageerde student in progressief Vlaanderen koketteerde met de dwarse standpunten en geuzenstatus van de “conservatieve” Burke.

Later ontwikkelde De Wever naar eigen zeggen een meer genuanceerde kijk op Burke, die toch ook een liberaal was in zijn tijd – Burke was namelijk lid van de “Whigs party” in het toenmalige Verenigd Koninkrijk, de historische voorlopers van de “liberal democrats” vandaag.  Maar Burke was ook voorvechter van de Glorious Revolution, de politieke omwenteling in het Verenigd Koninkrijk die de parlementaire monarchie op een min of meer vreedzame manier definitief vestigde, met o.a. meer de Bill Of Rights, als historisch ijkpunt van de democratische rechstaat en parlementaire monarchie die het VK vandaag is.

Toch staat Burke bij velen vooral bekend als een reactionair die de verworvenheden van de verlichting en de Franse Revolutie bekritiseerde, zoals in zijn magnum opus Reflections on the Revolution in France, terwijl die evenementen toch door elke hedendaagse democraat als de sokkel van onze hedendaagse, verlichte democratische samenleving wordt gezien: liberté, égalité, fraternité!  Hoe kan je daar tegen zijn? Ben je dan geen verstokte reactionair?

Burke wees op de waarde van het “vooroordeel”. Gedurende eeuwen ingeslepen “gemeenschappelijke” (in de zin van door de gemeenschap overgedragen) intuïties in het unieke collectieve bewustzijn van de samenleving.  Deze intuïties zijn niet individueel en rationeel, maar juist collectief en intuïtief.  Ze zijn gesublimeerd in democratische instellingen (parlement, justitie, politiek, … ) en in culturele producten (middenveld, muziek, taal, … ), en zijn specifiek (“eigen”) aan een welbepaalde gemeenschap in tijd en ruimte. Burke’s zorg was dan ook dat de tabula rasa – gebaseerd op noties van verlichte rationaliteit die de revolutionairen in Parijs propageerden, deze waardevolle “vooroordelen” en “instituties” definitief zou wegspoelen.  Volgens Burke kon dan slechts chaos en anarchie overblijven, wat gedeeltelijk ook wel werd bewaarheid toen de Jacobijnen van Robespierre, 40.000 “tegenstanders van de revolutie” naar de guillotine voerden.   Anderzijds: finaal zijn de idealen van de revolutie – gelijkheid, broederlijkheid en vrijheid – weliswaar beetje bij beetje – vanzelfsprekende basisingrediënten van onze collectieve psychologie en ijkpunten van onze democratische rechtstaten in West-Europa geworden.

De kracht van het vooroordeel (volgens Burke)

Laat ons Burke zelf eens aan het woord laten:

You see, Sir, that in this enlightened age I am bold enough to confess that we are generally men of untaught feelings, that, instead of casting away all our old prejudices, we cherish them to a very considerable degree, and, to take more shame to ourselves, we cherish them because they are prejudices; and the longer they have lasted and the more generally they have prevailed, the more we cherish them. We are afraid to put men to live and trade each on his own private stock of reason, because we suspect that this stock in each man is small, and that the individuals would do better to avail themselves of the general bank and capital of nations and of ages. Many of our men of speculation, instead of exploding general prejudices, employ their sagacity to discover the latent wisdom which prevails in them. If they find what they seek, and they seldom fail, they think it more wise to continue the prejudice, with the reason involved, than to cast away the coat of prejudice and to leave nothing but the naked reason; because prejudice, with its reason, has a motive to give action to that reason, and an affection which will give it permanence. Prejudice is of ready application in the emergency; it previously engages the mind in a steady course of wisdom and virtue and does not leave the man hesitating in the moment of decision skeptical, puzzled, and unresolved. Prejudice renders a man’s virtue his habit, and not a series of unconnected acts. Through just prejudice, his duty becomes a part of his nature.

Volgens Burke zijn vooroordelen dus een vorm van psychosociale wijsheden die we bezitten, en die ons helpen om om rechtschapen beslissingen te nemen, een rechtschapen leven te leiden. Op basis van de ratio alleen zou dit volgens Burke niet mogelijk zijn, want dan zouden de beslissingen op zichzelf staande daden zijn, maar nooit een “gewoonte” of een “automatisme”.  Hoe zouden we beslissingen rond leven en dood, liefde en haat kunnen nemen puur op basis van rationaliteit?  Gelooft iemand dat we dit kunnen in ons persoonlijke leven?  Welnu, Burke geloofde ook niet dat we dat kunnen in het maatschappelijke, politieke leven, zoals de Verlichting en Revolutie die volgens hem voorstelden.

Ik zie zelf ook wel een link met de ideeën van Jonathan Haidt, die betoogt dat elke gemeenschap, samenleving of cultuur wordt geschraagd door een matrix van morele psychosociale basis intuïties, die deels genetisch zijn aangeboren door tienduizenden jaren menselijke evolutie, maar deels ook cultureel worden overgedragen van generatie op generatie.  Beschouw deze “intuïties” nu even als “nuttige vooroordelen”.  Bvb. “vreemd is gevaarlijk” (bvb. xenofobie/racisme), “onrein is gevaarlijk” (bvb. varkensvlees, koosjer of halal eten), “respect voor autoriteit” (bvb. respect voor ouderen, hiërarchische organisaties in bedrijven en maatschappijen), of “zorg voor anderen” (bvb. solidariteit, broederlijk delen).  Waarom hebben we die intuïties?  Zijn die zuiver rationeel, of zijn die deels “aangeboren”, en ingeslepen “vooroordelen” in onze geesten? En wat betekenen die waarden nog als onze westerse gemeenschappen verder desintegreren in miljoenen “eilandjes” van onthecht individualisme, die enkel nog geloven in absolute individuele vrijheid, enkel nog verantwoording verschuldigd aan zichzelf (zolang ze niemand anders schade berokkenen) ?

Paul Scheffer

Scheffer’s betoog was misschien nog wel het interessantste van de avond.  Hij had het over volgend citaat van Burke:

Society is indeed a contract. (…) It is a partnership in all science; a partnership in all art; a partnership in every virtue and in all perfection. As the ends of such a partnership cannot be obtained in many generations, it becomes a partnership not only between those who are living, but between those who are living, those who are dead, and those who are to be born. Each contract of each particular state is but a clause in the great primeval contract of eternal society, linking the lower with the higher natures, connecting the visible and invisible world, according to a fixed compact sanctioned by the inviolable oath which holds all physical and all moral natures, each in their appointed place.

Burke wijst er hier op dat een samenleving meer is dan een samen-leven – onder een contract van welbepaalde rechten en plichten, normen en waarden – van mensen binnen één generatie, in het hier en nu. Het is juist volgens Burke een contract over generaties heen: de generaties voor ons, en de generaties na ons.  Cultuur, geschiedenis, sentiment, intuïties en (al dan niet nuttige) vooroordelen worden van generatie tot generatie doorgegeven.  Kerkhoven en grafzerken worden nauwgezet onderhouden door nakomelingen.  De doden worden herdacht en geëerd.  Waarom eigenlijk?  Waarom zijn we zo verknocht aan ons verleden?  Als we allemaal zo rationeel zijn – zoals wij verlichte geesten graag geloven -, waarom liggen we dan wakker van onze geboortegrond, van ons ouderlijk huis, en waarom eren we onze doden.  Waarom onderzoeken we onze genealogie, spenderen hobbyisten jaren van hun leven aan het opstellen van hun stamboom en levenswandel van hun voorouders? Dood is toch dood?  Waarom maken we ons zorgen over wat na ons komt?  Waarom niet “après nous le déluge”?  Waarom effectief zorgzaam zijn voor onze aarde?  Waarom niet elke generatie zijn eigen problemen laten oplossen?  Begint het leven niet gewoon opnieuw met elke generatie?

Scheffer wijst hier op een ander bijzonder interessant fenomeen, waar ik mezelf al vaker het hoofd heb over gebroken: het erfrecht.  Voor een rationalist die streeft naar gelijke kansen in onze westerse samenleving (en dat we toch allemaal, toch?) zou een erf belasting van 100% eigenlijk een evidentie moeten zijn.  Immers, wie dood is kan toch onmogelijk verontwaardigd zijn over wat er met zijn geld gebeurt?  En welke authentieke en persoonlijke aanspraak kan de nakomeling echt maken op het fortuin van zijn voorouders?  Is het dan moreel juist dat een willoze baby steenrijk is, enkel en alleen  bij geboorte?  Wat is het verschil met een middeleeuwse koning of keizer, die onevenrechtige macht ontving, enkel o.w.v. zijn afstamming?

Toch ligt het tarief in de meeste Westerse landen maar op 20-30-40%, maximaal. Blijkbaar is er nooit een democratische meerderheid gevonden voor een hogere erf belasting, hoewel je daar – rationeel gesproken – niet tegen zou moeten kunnen zijn. Blijkbaar gaat het tegen ‘s mensen morele intuïtie (“vooroordelen”) in om iemand die zijn hele leven gewerkt heeft, en belast is, aan het einde van zijn bestaan nog eens te “broodroven” à 100% tarief.  Hoe komt het toch dat wij blijkbaar morele intuïties hebben, die zich niet enkel beperken tot onze eigen generationele bekommernissen hic ed nunc, maar zich blijkbaar uitstrekken naar de generaties voor, en na ons (denk bvb. ook maar aan het milieuprobleem)?

De strafste tour-de-force van Scheffer moest dan nog komen.  Transponeer nu de redenering rond het intergenerationele erfrecht op het immigratiebeleid.  Dan spreken we over een eeuwenlange overdracht van cultuur, vooroordelen, morele intuïties, in een samenleving en contracten geschakeld in een ketting van generaties.  Het is dan niet moeilijk te begrijpen dat het inpassen van nieuwkomers in zo’n eeuwenlange ketting van cultuur en vooroordelen helemaal niet zo eenvoudig is al soms wordt voorgesteld, maar een echte culturele “tour de force”.

Niet enkel ontberen deze nieuwkomers elk bewustzijn van de intergenerationele vooroordelen en cultuur die hier gangbaar zijn (de leidcultuur), maar sterker nog, brengen zij hun eigen intergenerationele ketting mee, met eigen vooroordelen, intuïties, overtuigingen, en en andere cultureel overgedragen bagage.

Het was goed met deze lezing nog eens te reflecteren over hoe diepgaand en invasief deze zaken wel zijn voor ons menselijk bewustzijn, onze “condition humaine”, en nog eens te beseffen dat zulks geen vanzelfsprekende “walk in the park” is.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s