Fractured Lands – How the Arab world came apart

Onlangs las ik het artikel Fractured lands: how the Arab world came apart“, in The New York Times Magazine (speciale editie, volledig gratis online beschikbaar overigens).   Het bleek een uitstekend artikel dat – door de verhalen van gewone mensen – de ondoordringbare complexiteit van de vele problemen in het Midden-Oosten – een beetje – ontsluiert. Moslims, Arabieren, Sjiieten, Soennieten, al dan niet Arabische Koerden, Christenen, Kopten, Alawieten, Wahabieten, …: het is een lettersoep die voor een Europeaan allicht even onbegrijpelijk is als de etnische en religieuze verschillen tussen een Bretoen en een Fries, of een protestant, een anglicaan en een katholiek.  Het beter begrijpen van de etnische en religieuze achtergrond van de conflicten in het Midden-Oosten is dan ook de belangrijkste doelstelling van deze blog.

Tegelijkertijd is er natuurlijk de actualiteit die ons dwingt na te denken over wat er aan de hand is op slechts een boogscheut van Europa. De kolonisatie, de grote dictators, de golfoorlogen, Al Qaida, de Arabische Lente, de opkomst van IS, en de daaropvolgende exodus van tienduizenden Syriërs, Irakezen en Afghanen naar – niet in het minst – Europa. Hoe hangen al die gebeurtenissen aan elkaar, en wat zijn onderliggende oorzaken en verbanden?  Wat is de rol van de Verenigde Staten, en de haviken regering van G.W. Bush Jr., die Irak binnen trok na 9/11?  Had de internationale gemeenschap méér of net minder moeten ingrijpen in de regio?  Hoe ontstond de Arabische Lente?  Is de chaos de schuld van het “kolonialistische Westen”? Is er een verband tussen de invasie van Irak, en de Arabische Lente?  Wat met Barack Obama, die de VS trachtte terug te trekken uit het Iraakse wespennest, Guantanamo Bay wilde sluiten en koos voor een minder activistische koers in de wereld?  Had hij toch moeten ingrijpen in Syrië?  Had hij niet mogen ingrijpen in Libië? Wat met Donald Trump, die allicht zal kiezen voor een nog isolationistischer koers, en mogelijks de handen in elkaar zou kunnen slaan met andere (autoritaire) leiders zoals Poetin en Erdogan?

gt_saddam_statue_toppling_630x420_101228
Een standbeeld van Sadam Hoessein wordt neergehaald in Bagdad door de Amerikaanse bezetter.  Een duwtje in de rug van de Arabische Lente, of het vuur aan de lont van het kruidvat der Arabische wereld?

Zes personages

Het artikel is geschreven door Scott Anderson, een oorlogsjournalist die gedurende 18 maanden heeft rond gereisd van Libië tot Koerdistan voor New York Times Magazine, samen met zijn fotograaf Paolo Pellegrin. Tijdens deze 18 maanden volgt hij 6 mensen vanuit verschillende Arabische landen doorheen hun soms tumultueuze levenswandel na de militaire inval van de VS in Irak in 2003:

  • Laila Soueif in Caïro, Egypte, een nu 60-jarige professor wiskunde, en echtgenote van de gerenommeerde mensenrechten advocaat Ahmed Seif die onder het regime van Edur Mubarak nog een gevangenisstraf van 5 jaar uitzat wegens vermeende deelname aan gewapende ondergrondse verzetsgroep.  Laila en haar kinderen Alaa en Sanaa worden drijvende krachten achter de Arabische Lente die zich explosief en tot ontsteltenis van wereld en Egyptenaren zelf ontwikkelt op  Caïro’s Tahrir plein.
  • Majdi el-Mangoush in Misurata, Libië, 30-jarig lid van de ‘Mangoush clan’, een familie berucht bij het regime van Muammar el-Qaddafi omdat enkelen van haar leden ooit deel hadden genomen aan een coup tegen de leider in 1975.  Majdi wordt tegen wil en dank betrokken bij de Libische burgeroorlog en de dood van Qaddafi.
  • Azar Mirkhan een 40-jarige arts in Koerdistan en lid van een familie van Pesh Merga strijders (zijn vader stierf in de strijd).  Azar verzinnebeeldt de verbeten en niet aflatende strijd van de Koerden voor hun eigen cultuur en natie, reeds sinds het bewind van Saddam Hoessein, tot nu met de strijd tegen IS, Turkije, … en zelfs nu nog steeds in Mosoel.
  • Majd Ibrahim, een student in Homs, ooit een middelgrote stad in het Syrische binnenland van zo’n 800000 inwoners, met een zeer diverse kosmopolitische samenstelling.  Zoon van een ingenieur werkzaam in één van de grootste hotels in Homs, had Majd een uniek en open venster op de wereld en het Westen, tot hij betrokken raakte in een bloedig conflict en beleg van zijn stad.
  • Khulood al-Zaidi, dochter van een radioloog en grootgebracht in de relatief welvarende “middenklasse” van Kut, een middelgrote Iraakse stad aan de Tigris op zo’n 100km van Bagdad.  Dankzij haar hoogopgeleide vader kon ze Engelse literatuur studeren en zo zou ze op 23-jarige leeftijd betrokken raken bij de Amerikaanse invasie en later zelfs verstoten worden door haar landgenoten als “collaborateur”.
  • Wakaz Hassan, 8 jaar tijdens de Amerikaanse invasie in 2003, en zoon van een bankbediende, woonde in Tikrit, thuisstad van Sadam Hoessein, en niet ver van waar Sadam uit een schuilkelder zou worden opgevist enkele maanden na de invasie. Hij zal in de nasleep van de Amerikaanse invasie meegesleurd worden in de toenemende onrust, en zich uiteindelijk aansluiten bij IS.

De recente geschiedenis van het Midden-Oosten wordt verhaald door de verstrengelde getuigenissen van deze 6 personen en perspectieven.  Let’s go !

Het koloniale verleden

Als je vandaag naar de Arabische wereld kijkt, dan zie je vooral chaos en desintegratie.   De hoop die de Arabische Lente met zich meebracht vanaf 2010, na de zelfmoord van marktkramer Mohamed Bouazizi, is inmiddels verteerd door geweld, oorlog en extreem terrorisme.   Hoe is het zover kunnen komen?

Een eerste punt waar Anderson naar teruggrijpt is het koloniale verleden van in het bijzonder die landen die sinds de Arabische Lente op de meest verscheurende wijze zijn uit elkaar gevallen: Syrië, Libië en Irak zijn republieken die in de 20e eeuw door koloniale machten werden gesticht als samenraapsels van oosspronkelijk onsamenhangende, of soms rivaliserende etnische en religieuze gemeenschappen. Monarchieën zoals Tunesië, Saudi-Arabië, Oman, Koeweit, … bleken achteraf bekeken beter bestand tegen opnieuw opborrelende sektarische desintegratie nadat de deksels der tirannie door de Arabische Lente van de kokende Arabische potjes werden gerukt. Blijkbaar werd de nationale identiteit en cohesie onvoldoende geschraagd door dictators die qua visie en dynamiek niet veel verder kwamen dan de schuld van alle armoede, werkloosheid en terreur in de schoenen van het westen te schuiven.

De oorsprong van deze republieken gaat terug naar WO I, waarna de geallieerde machten de oorlogsbuit op het verslagen Ottomaanse Rijk onderling verdeelden.   De Britten stichtten Irak, een samenraapsel van Sjiieten (Zuiden), Soennieten (centraal) en Koerden, wat eigenlijk zelfs geen Arabieren zijn (Noorden) in het oude Mesopotamië.  Daarnaast “kregen” de Britten ook nog Palestina en Transjordanië, wat uiteindelijk Israël zou worden.  De rest van “Groot Syrië” viel onder de Fransen en zou verder als Syrië door het leven gaan.  Tenslotte boetseerden de Italianen 3 autonome Noord-Afrikaanse regios tot het nieuwe Libië.  De geallieerde mogendheden installeerden een verdeel-en-heers strategie in de nieuwbakken staten, door verbonden te sluiten met etnische en/of religieuze minderheden die typisch nooit tegen hun koloniale meesters in opstand zouden komen uit angst overspoeld te worden door de opzij geschoven meerderheid.

Uiteindelijk werden de Europeanen vervangen door een stoet brutale dictators die op hun beurt zo hun eigen strategie ontwikkelden om hun “artificiële” landen samen te houden: het creëren van een gemeenschappelijke, externe vijand.   Het “decadente” en “ongelovige” Westen, de “satan” van de Verenigde Staten, en Israël, dat in de zee gedreven moest worden: alles werd uit de kast gehaald om interne verdeeldheid te smoren met opzwepende propaganda t.a.v. deze externe vijanden.  Als dat niet volstond werden de nodige veiligheidsdiensten en martelpraktijken in stelling gebracht om zij die het toch aandurfden de staat in de ogen te kijken letterlijk te liquideren.

De Arabische dictators

De kampioen van het ontluikende Arabisch “nationaal-socialisme” in de jaren 40 en 50 was Gamal Abdel Nasser.  Hij werd een symbool van de Arabische strijd tegen het kolonialisme en imperialisme van de westerse mogendheden, en het meest nabije maar symbool van hun aanwezigheid: Israël.  Nasser kreeg ook in andere Arabische staten heel wat navolging, maar vooral die staten die waren opgericht of samengevoegd door het Westen.  Het Baathisme, dat streefde naar een “renaissance” van de pan-Arabische superstaat, en een fel Arabisch nationalisme propageerde, maakte vervolgens opgang in zowel Syrië als Irak.  De politieke tactiek van deze regimes was altijd dezelfde: overstijg de binnenlandse politieke (bvb. links-rechts) en religieuze (bvb. sjiiet – soenniet – … ) tegenstellingen door het aanvallen van een externe vijand. In een wereld die bol stond van koude oorlog en alle realpolitik die daarbij kwam kijken, was het vinden van die externe vijand uiteraard niet zo moeilijk.

Qaddafi

In het overwegend Soennitische Libië nam Muammar el-Qaddafi op 27-jarige leeftijd de macht over na een militaire coup, en zou die niet meer afstaan tot zijn val na een volksrevolutie in 2011. Qaddafi voerde een bewind dat het midden hield tussen het Arabische socialisme van Nasser en de Baathistische regimes van Assad en Hussein.  Een virulente afkeer van Israël, meeheulen met de Sovjets tegen het imperialistische Westen (vooral Amerika, dat Israël steunde) en een nationalisme bogend op een cocktail van de Libische Afrikaanse, Arabische en Islamitische wortels waren de kern ingrediënten voor het succes van Qaddafi. Dat werd verder geschraagd door een relatief welvarende middenklasse die toegang had tot gratis onderwijs en gezondheidszorg, en in overgrote mate voor de staat werkte die alomtegenwoordig was (meer dan de helft van de werkzame Libische bevolking werkte voor de overheid).

Assad

Syrië was altijd de meest kosmopolitische van alle Arabische staten met 70% Soennitische moslims, 12% Alawieten, even zoveel Soennitische Koerden en nog een significante Christelijke minderheid.  Die religieuze mix leidde tot – zeker vergeleken met Libië – een relatief seculiere dictatuur onder de Alawiet Hafez Al-Assad, die in de jaren 80 slaags geraakte met de Soennitische Moslimbroerders, met het bloedbad van Hama als trieste dieptepunt. Opgevolgd door zijn zoon, de in London opgeleide oogarts Bashar, zou Syrië publiek een virulente anti-Israël propaganda blijven belijden, maar intussen in het geheim onderhandelen over vrede, en meer en meer politieke en culturele openingen creëren naar het Westen.  Sinds het bloedbad van Hama was er in Syrië ook geen noemenswaardige oppositie meer geweest, tot de Arabische Lente ook in Syrië het vuur aan de lont stak in 2011.

Sadam

Irak, de derde van de grote Baathistische republieken, werd sinds 1979 geregeerd door de Soenniet Sadam Hoessein.  Ook hij regeerde met harde hand, getuige de gifgasaanvallen op Koerdisch-Iraanse minderheden in de jaren 80.  Daarnaast voerde hij oorlog tegen Iran, maar natuurlijk ook tegen de Koerden, die – verspreid over Irak, Iran, Turkije en zelfs Syrië – al sinds decennia een autonome regio wilden vormen in Noord-Irak.  De Koersen (én de Iraniërs) werden daarbij gesteund door de CIA die zo een proxy-oorlog voerden tegen het op dat moment door de Sovjet-unie gesteunde, Arabisch-socialistische Irak. Toen de Iraanse Sjah en Sadam Hoessein echter plots vrede sloten na 10 jaar Iraans-Iraakse oorlog, liet de CIA de Koerden echter vallen als een baksteen, waarna ze door het Iraakse leger onder de voet werden gelopen  (later bekend als “The Great Betrayal”).  Nog 10 jaar later, na de val van de Sjah en de machtsovername door de sjiitische Ayatollah Al Khomeini, keerde Iran zich plots tegen de VS, en moesten de Amerikanen op zoek naar een nieuwe bondgenoot.  Deze vonden ze in de eeuwige opportunist Sadam Hoessein die met plezier zijn kar keerde.  De VS keken daarom andermaal de andere kant op toen Hoessein zijn moordende chemische oorlog voerde tegen de Koerden, o.a. in Halabja.  Er kwam echter een einde aan het liedje van Sadam toen hij flaterde door binnen te vallen in Koeweit, strategisch belangrijk omwille van zijn grote olie voorraden.  De daarop volgende operatie Desert Storm zou hem terugdrijven tot in zijn paleizen in Bagdad, maar finaal verzuimde president G.W. Bush Sr.  door te stoten en Sadam te liquideren, uit angst voor het machtsvacuüm dat daarop zou volgen. Dat zou uiteindelijk alsnog gebeuren in 2003 door zijn eigen zoon, G.W. Bush Jr., als vergelding op en 2 jaar na de aanslagen van Al Qaida op 9/11/2001.

Operatie Iraqi Freedom

Generaal Wesly Clark heeft getuigenissen afgeleverd dat regeringsleden (bvb. ondersecretaris van defensie Paul Wolfowitz) reeds vanaf de jaren 90 wilden gebruik maken van de ineenstorting van de Sovjet-Unie om de invloed van de VS in het Midden-Oosten gevoelig uit te breiden.

266px-general_wesley_clark_official_photograph
Generaal Wesly Clark, die de NAVO operaties in ex-Joegoslavië leidde in de jaren 90

Die kans deed zich uiteindelijk op 9/11/2001.  De VS verkeerden in shock, en de verschrikkelijke aanslagen gaven de VS de handen vrij om kei hard terug te slaan.  Dat deden ze dan ook – met brede instemming én coalities – in Afghanistan, en vervolgens met minder instemming – bijna enkel Tony Blair steunde hen nog – ook in Irak, dat noch bewezen banden had met Al Qaida, noch met Osama Bin Laden, noch met 9/11.

De hoop leefde dat de creatie van een eerste Arabische democratie, een democratisch domino-effect zou veroorzaken in de rest van het Midden-Oosten. Sterker nog, kort na de verovering van Bagdad, zou de Amerikaanse regering zelfs overwogen hebben gebruik te maken van het momentum (en de aanwezige 250.000 soldaten) om meteen door te stoten naar Damascus.

Khulood al-Zaidi leeft op dat moment als jonge vrouw in Kut in een middenklasse gezin, op de weg van het Sjiitische Basra (waar de invasie begon) naar Bagdad.   Zij beschrijft een enthousiaste verwelkoming van de “bevrijders” door de lokale bevolking, in een korte periode die gekenmerkt werd door hoop en optimisme.  In die eerste maanden liepen de Amerikaanse “bevrijders” ongestoord en onbedreigd door de straten van Kut, en was de “Coalition Provisional Authority” belast met de heropbouw van Irak.   Ingenieurs, boekhouders en consultants namen allerlei initiatieven om een democratisch proces te implementeren in het “nieuwe” Irak.  Zo leert Khulood Fern Holland kennen, een jonge en idealistische Amerikaanse mensenrechtenactiviste in dienst van CPA belast met het ontwikkelen van vrouwenrechten in het hinterland van Zuid-Irak.   Via Holland wordt Khulood assistent en vertaalster bij CPA.

fernholland
Fern Holland, voorvechtster van vrouwenrechten in Irak

Op dat moment ligt er echter al een zware hypotheek op het succes van de democratische transformatie die de Amerikanen beoogden in Irak, en wel omwille van 2 cruciale blunders die in die eerste dagen na de verwijdering van Sadam werden begaan.  Er was weliswaar goed nagedacht over de bezetting van strategische posities zoals olie installaties en militaire ankerpunten, maar op onbegrijpelijke wijze had men de vele munitiedepots van het Iraakse leger totaal uit het oog verloren. Deze werden al gauw geplunderd, met een ongecontroleerde proliferatie van een enorme massa wapentuig onder de bevolking als gevolg.  Daarnaast, en volgens vele nog veel dramatischer, besliste de CPA en diens hoofd Paul Bremer om de politieke klasse te zuiveren van Baathistische sympathieën. Deze beslissing leidde uiteindelijk tot het ontslag van niet minder dan 85.000 burgers, want zoals in elke dictatuur was meer dan de helft van de bevolking direct of indirect verbonden met de overheid (en dus de alomtegenwoordige Baath partij).  Al deze mensen verloren hun werk, positie, identiteit en waardigheid door één pennentrek van “de bezetter”, met een verdere en snellere desintegratie van het sociale systeem als gevolg. In augustus 2003 stierven 22 medewerkers van de VN, waaronder de speciale gezant van de VN voor Irak, Sergio Viera De Mello.   In maart 2004 wordt Holland als één van de eerste CPA werknemers vermoord door de sjiitische “Mahdi” milities van Moqtada El Sadr.  De Mahdi milities verdreven alle CPA werknemers uit Kut, en het aantal aanvallen op de coalitie nam snel toe, zowel uit sjiitische als soennitische hoek, die de controle over grote delen van het Iraakse hinterland (en bevolking die daar leefde) overnamen.  De soennitische militie Jama’at al-Tawhid wal-Jihad ontwikkelde zich verder in Al Qaida.  De installatie van vrede en democratie door de coalitie was eigenlijk dan al mislukt, en zou leiden tot jarenlange instabiliteit en burgeroorlog die ook vandaag nog doorwerkt in de strijd tegen ISIS in Irak en Mosul.

140623-iraq-shiite-rally-549a_5b110ead80b131bb8f93c7d1994b3eeb-nbcnews-fp-1240-520
Het Madhi leger van Moqtada El Sadr: sjiitische én soennitische milities gaan in het verzet tegen de Amerikaanse bezetter en de nieuwe regering in Bagdad

Ondertussen in de rest van de regio …

Ook in de andere Arabische landen veroorzaakte de Amerikaanse invasie in Irak de nodige zenuwachtigheid.  Wie was de volgende op de Amerikaanse “hit list”?   In Egypte was de positie en de morele autoriteit van de overheid al danig verzwakt sinds Anwar Saddat het ene vredesakkoord na het andere had gesloten met Israël.  De oorlog in Irak versterkte de perceptie dat zijn opvolger Hosni Moebarak aan het handje liep van de Amerikanen en verzwakte zijn binnenlandse autoriteit nog verder.   Door toenemend binnenlands protest maar ook druk van buitenaf werd Moebarak verplicht vrije verkiezingen te houden in 2005, met de prompte doorbraak van de Moslimbroeders (20% van de stemmen) als gevolg. Tel daarbij de decennia lange economische malaise, en de enorme machtsconcentratie bij Moebarak en zijn inner circle, en het is niet moeilijk te begrijpen dat Egypte eind de jaren 2000 langzamerhand op de rand van een volksopstand balanceerde.

Ook in Libië en Syrië maakte het regime zich danig ongerust na de invasie van Irak. Qaddafi en Assad vreesden een Amerikaanse inval, en werden plots opvallend coöperatief: er werden regelingen getroffen rond het Lockerbie-drama (2,7 biljoen aan schadevergoedingen aan de nabestaanden!), en Libië beloofde ook zijn programma rond chemische wapens stop te zetten.  In de late jaren 2000 ebde de ongerustheid bij Qaddafi en Assad weer weg, toen duidelijk werd dat de Amerikanen dusdanig de handen vol hadden met de Iraakse opstand, dat ze noch de reserves noch de politieke wil hadden om nog andere regimes in moeilijkheden te kunnen brengen.

lockerbie
Lockerbie, 21 december 1988.  In 2011 zei de minister van Justitie Mustafa Abdel-Jalil (nadat hij was overgelopen naar de rebllen) dat Qaddafi zelf de opdracht had gegeven voor de aanslag

De Arabische lente

De zelfmoord van Mohamed Bouazizi op 17 december 2010 wordt door velen als de start van de Arabische Lente beschouwd.   In Tunesië, maar kort daarna ook in Egypte, Libië en Syrie stonden binnen een mum van tijd honderduizenden verontwaardigde burgers op straat, protesterend tegen onderdrukking, oneerlijk verlopen verkiezingen, corruptie, prijsstijgingen, gebrek aan politieke vrijheid en werkloosheid.

travail

french_support_bouazizi_151719643

Tunesië

In Tunesië leidt dit tot een relatief vreedzame Jasmijnrevolutie.   President Ben Ali vlucht en begin 2011 is er uitzicht op de eerste vrije verkiezingen ooit in Tunesië.  Op 14 januari 2011 ontbond Ben Ali de regering en kondigde hij de noodtoestand af. Daarop nam het protest nog toe, en Ben Ali verliet 14 januari Tunesië en vluchtte naar Saoedi-Arabië.  Op 23 oktober 2011 werden in Tunesië vrije verkiezingen gehouden voor een grondwetgevende vergadering. Deze werden met een grote meerderheid gewonnen door o.m. de gematigde Islamitische partij, die een coalitie zou vormen met andere de CPR, een centrum-linkse progressieve partij.

Egypte

Op 11 februari 2011 vlucht ook de Egyptische president Hosni Moebarak naar Sharm El Sheikh nadat enorme onlusten zijn uitgebroken in de grootste steden van Egypte, en demonstranten wekenlang op het Tahrirplein kamperen.   Bij de revolutie in Egypte vallen meer dan 800 doden in enkele weken tijd.   In de nasleep van de revolutie worden Egyptische Kopten (Christenen) het slachtoffer van aanslagen door Moslimbroeders en andere radicaal-Islamitische groeperingen die zich in de schoot van het volksprotest ontplooien, en hun kans schoon zagen na decennialange onderdrukking.

1024px-tahrir_square_during_8_february_2011
Egyptische Revolutie op het Tahrirplein in het voorjaar van 2011

Na de eerste min of meer democratische volksverkiezing zou uiteindelijk zelfs de Moslimbroeder Mohammed Morsi verkozen worden tot de eerste verkozen president van Egypte.  Hij won van de voormalig eerste minister van Hosni Moebarak, Ahmed Shafik. Het Egyptische volk kon weliswaar kiezen, maar voor vele Egyptische seculieren, intellectuelen en progressieven was het een keuze tussen de pest en de cholera. Enerzijds een Islamist zoals Morsi, die de Sharia wilde invoeren in Egypte, en anderzijds een oude Moebarak getrouwe zoals Shafik, die stond voor een voortzetting van het corrupte regime van weleer. Daartegenover stond de seculiere, maar autoritaire legertop die als de dood was dat de Islamisten de macht zouden overnemen in Egypte en de ontluikende regering Morsi in alle opzichten tegenwerkte.. Morsi won uiteindelijk de verkiezingen, maar zou het niet lang uitzingen, want zou 2 jaar later door een leger coup weer van de troon worden gestoten in 2013, met de bloedig onderdrukte protesten op de Rabaa plein in Caïro als één van de trieste dieptepunten. Momenteel regeert de voormalige legerleider Abdul Al-Sisi het land.

Wiskunde professor en mensenrechten activiste Laila Soueif komt in het oog van de storm terecht, wanneer ook haar kinderen vooraanstaande rollen opeisen in de straatprotesten, en meerdere keren opgepakt worden en gevangen gezet, o.a. ook door de regering van Al-Sissi vanaf 2013.  Verdedigd door hun eigen vader (mensenrechten advocaat Ahmed Seif, gestorven aan open-hart operatie in 2014), en met hun moeder in hongerstaking om hun vrijlating af te dwingen zouden ze veroordeeld worden tot meerdere jaren gevangenschap door het militaire regime wegens schendingen van de “protest wet”, die straatprotest verbood.

Libië

Bijna tegelijkertijd – februari 2011 – ontstonden ook in Libië protesten tegen Qadaffi, met name in Benghazi.   Deze zouden ook daar uitmonden in echte Libische revolutie die zich verder verspreide van Oost naar West via Misurata en tenslotte Tripoli. De steun voor Qadaffi nam snel af in de eerste weken van deze protesten. Overheidsfunctionarissen weigerden bevelen uit te voeren, buitenlandse ambassadeurs namen ontslag, en soldaten deserteerden. Qaddafi ging echter in het tegenoffensief, maar toen de kansen te sterk in zijn voordeel keerden en hij o.m. Benghazi bedreigde, grepen VN en NAVO in door met luchtaanvallen de rebellerende steden te beschermen tegen het oprukkende Libische regeringsleger.  Er werden no-fly zones ingesteld, en ook actief doelen op de grond aangevallen, wat de rebellen toeliet weer de overhand te nemen op Qaddafi. Uiteindelijk werd Tripoli na maanden burgeroorlog door de rebellen ingenomen, en Qaddafi gelyncht, nota bene in zijn geboortestad Sirte. Sindsdien is Libië in diepe chaos verzand. Verschillende fracties bevechten elkaar in een uitzichtloze burgeroorlog. Achter de “Broeder Leider” (zoals Qaddafi zich noemde) zat geen staat die naam waardig. Er is weliswaar een internationaal erkende overheid, maar die vecht al jaren tegen Islamistsche fracties en restanten van de dictatuur en Qaddafi-getrouwen.  De chaos geeft ruimte aan IS, en is een grote zorg en splijtzwam in de internationale politiek tot vandaag.  Volgens sommigen, inclusief Barack Obama zelf, heeft de coalitie die Qaddafi mede ten val heeft gebracht gefaald om de nodige structuren op te zetten waarbinnen een robuuste, nieuwe Libische staat kon groeien.

Syrië

map-libya1
Libië dreigt opnieuw uit elkaar te vallen in zijn samenstellende delen uit de pre-koloniale tijd

Ook in Syrië leidde het lopende vuurtje van de Arabische lente tot volksprotest en uiteindelijk een burgeroorlog.  Vanaf maart 2011 ontstonden straatprotesten nadat enkele tieners waren opgepakt wegens het verspreiden van anti-regering graffiti in de straten van Damascus.  Initieel vroegen de betogers vooral democratische hervormingen, maar mede door de harde reactie van Assad, ging dit geleidelijk over naar een ondubbelzinnige roep tot het afzetten van het regime.

Bashar Al-Assad had geleerd van zijn vader hoe revoltes gewelddadig kunnen worden neergeslagen, en probeerde het protest meteen in bloed te smoren.  In de eerste maand van de protesten kwamen meteen meer dan duizend burgers om het leven.  In het beleg van Hama werden op de avond van de Ramadan naar schatting 160 mensen vermoord door het regeringsleger.  Na enkele maanden van straatprotest vormden overgelopen Syrische militairen het “Vrij Syrische Leger”, en sloten coalities met anderen rebellerende groeperingen en het bredere burgerprotest. Geleidelijk aan werden ook zij verder geïnfiltreerd door radicale islamisten uit binnen- en buitenland.

Majd Ibrahim was één van hen in Homs, de meest multi-culturele stad van Syrië, en volgde de protesten via Youtube, Facebook en in de straten van Homs.  Verbazing en hoop gingen al snel over in verbijstering en angst toen Assad de Alawitische Shabiha militie de straten in stuurde, die protestanten op staande voet te executeerden, of sluipschutters die weerloze protestanten onder vuur namen. Dit leidde tot een spiraal van geweld, waarbij ook hier de oude en onderdrukte religieuze aanhankelijkheden de tegenstellingen verder radicaliseerden, en de onderlinge verhoudingen – sowieso al bijzonder complex – nog explosiever maakten.  Zo ontwikkelde zich dus een bloedige strijd tussen de Alawitische minderheid die de plak zwaaide in Syrie, en de decennia lang onderdrukte Soennitische minderheid, die als onderdeel van het burgerprotest een kans zag om de macht te grijpen. Madj en zijn familie verhuisden verschillende keren binnen de stad naar andere “shelter” appartementen, op de vlucht voor het willekeurige geweld.  Ten allen prijzen wilden Madj’ ouders hem op school houden, omdat enkel dat hem nog kon redden van militaire dienst, of de straat, waar hij allicht zou gerecruteerd worden door rebbelengroepen.

Kortom, in Irak, Egypte, Libië en Syrië tekende zich een gelijkaardig patroon af: de revolutionaire omwentelingen en volksprotesten gaven ruimte aan de opkomst van islamitische radicale groeperingen, bogende op oude, pre-koloniale sektarische en religieuze verschillen, die gedurende decennia door de oude Arabische dictators waren onderdrukt.  Walmende dampen van extremisme en radicale islamistische bekeringsdrang (gesponsord en gestimuleerd door krachten in soennitische en wahabistische staten zoals Saoedi-Arabië) stegen op uit de potjes die gedurende 40 jaar met bruut autoritair en dictatoriaal geweld gesloten waren gehouden.

Islamitische Staat

In tsé is de Islamitische Staat (IS) een radicale “spin-off” van Al Qaida, die zich ontwikkelde tussen de puinhopen van het brandende Irak, als een radicale anti-Amerikaanse groepering, die vocht tegen de overheersing door de Sjiitische minderheid sinds de Amerikaanse invasie, en rechtstreeks in contact stond met het Al Qaida van Osama Bin Laden en Ayman al-Zawahiri.  Deze beweging kon verder groeien dankzij een samenvloeiing met radicale islamistische rebellen groeperingen in Oost-Syrië en Aleppo vanaf 2011, en vond brede steun in de Arabische wereld in een revolutionair klimaat, en bij een totaal verarmde bevolking die steeds zwaarder teleurgesteld raakte nadat de vele volksprotesten niet tot de verhoopte resultaten van openheid en democratie hadden geleid, maar vooral tot meer chaos, oorlog en geweld. isis-gains-and-loses-mob.jpg

Oorspronkelijk gegroeid uit Jama’at al-Tawhid wal-Jihad a.k.a. “Al Qaudi in Irak” onder leiding van Abu Musab al-Zarqawi, transformeerde “Islamic State of Iraq” (ISI) na jaren van felle gevechten met de Iraakse regering (gesteund door Amerikaanse troepen) vanaf 2011 in de “Islamc State of Iraq and Syria” (ISIS) of ook wel de “Islamic State of Iraq and the Levant” (ISIL), een lettersoep die onstond nadat Al Zarqawi’s opvolgers, o.a. Abu Bakr al-Baghdadi – grote delen van Oost-Syrië hadden veroverd met hun splintergroep “Al Nusra”.

Vandaag is IS uitgegroeid tot het Islamitische “kalifaat” dat geschiedenis schrijft in bloed, bvb. om maar iets te noemen, de slachting van 5000 Yazidi’s bij Sinjar.  De gevechten in Mosul vandaag zijn het product van een internationale coalitie van Amerikanen, Russen, het Iraakse leger en de Iraakse Koerden die de handen in elkaar slaan om ISIS en het kalifaat definitief te vernietigen.   Dat gaat gepaard met wreedaardige stuiptrekkingen van het zieltogende kalifaat, zoals de ophanging van 60 burgers, zoals onlangs gerapporteerd door de VN.

Wakaz Hassan was een arme bouwvakker en woonde in de buurt van Tikrit.  Toen IS begin 2014 Fallujah binnen stoomde werd hij gecharmeerd door de IS propaganda machine isis-propagandadie haar strijders voorstelde als échte krijgers, met wapperende vlaggen op snelle Toyota SUVs. Op dat moment was er onder de bevolking niet veel over IS geweten, behalve dan dat ze een Islamitisch kalifaat wilden stichten in het soennitische hinterland van Irak en Syrië. Het gemak waarmee IS op dat moment het Iraakse leger overrompelde was opmerkelijk.   Met slechts enkele duizenden strijders, veroverde IS in een mum van tijd grote delen van de Iraakse provincie Anbar, inclusief de belangrijke oliestad Mosul. Waarschijnlijk speelde de zwakke democratische legitimiteit van de voornamelijk Sjiitische minderheidsregering van de nieuwe Iraakse leider Nouri Al-Maliki een belangrijke rol.  Sjiitische regeringssoldaten in deze overwegend Soennitische regio waren dermate bang voor een Soennitische volksopstand, dat ze het onmiddellijk op een lopen zetten als ze de vervaarlijke IS strijders zagen opdoemen.  Een andere factor was – zoals steeds – geld.  IS kon zich al gauw laven aan de ruime en stabiele financiële inkomsten van de verschillende oliebronnen die het veroverde, en kon daarmee ook haar snel uitbreidende milities betalen en aan zich binden. In een land met massale werkloosheid en een zwakke economie in heropbouw, was IS op die manier een manier om te overleven voor vele ongeschoolde, werkloze mannen die sinds de ontbinding van de Baathistische staat van Sadam Hoessein zonder werk, zonder perspectief, maar vol frustratie en wrok waren achtergebleven.

De Koerden

En dan zijn er natuurlijk nog de Koerden. Azar Mirkhan, dokter, en zoon van een de pesh merga generaal Heso Mirkhan, die de Koerdische opstand leidde tegen het Iraakse leger in 1974.  Zowel zijn vader als zijn broer Ali zouden omkomen in de vele oorlogen die de pesh merga uitvochten tegen Sadam, tegen Iran, nog eens tegen Irak, en nu, voerde Azar nog eens oorlog tegen IS.  Maar niet alleen tegen hen: het einddoel van de Koerden was natuurlijk het verwerven van een eigen staat te midden van hun eeuwige vijanden de Arabieren. Na de eerste Golfoorlog, werden de Koerden in bescherming genomen door de NAVO alliantie (met o.a. no-fly zones en een gestage bewapening door de VS), en kon de manar-00143500014786052155Koerdische Peshmerga zogenaamde Autonome Koerdische Regering (KRG) zich in een relatieve rust ontwikkelen in Noord-Irak.  De KRG had verregaande vrijheden en bevoegdheden in Irak (zeker na de Amerikaanse invasie) en kon zijn regionale politiek onafhankelijk van Bagdad voeren. Enkel over de verdeling van de olie inkomsten, en over het buitenlandse beleid werd soms gebakkeleid met de federale regering.  De KRG hield geregeld vrije verkiezingen, tot deze relatieve rust en vooruitgang drastisch werd verstoord door de plotse opkomst en inval van IS in Irak, en Koerdistan..

isisslavessplit
Nadia Basee en Lamiya Bashar, Jezidi vrouwen mishandeld door ISIS

Het duurde niet lang na de inname van Mosul, voor IS zijn pijlen richtte op de Koerden, te beginnen met de Yazidis, een Koerdische religieuze minderheid die leeft in de heuvels rond “Mount Sinjar”.  Meer dan 5000 Yazidis zouden het leven laten in wat bekend staat als de Yazidi Genocide, en vele Yazidi vrouwen zouden als sex-slavinnen gevangen genomen worden, zoals bvb. Nadia Murad Basee en Lamiya Aji Bashar, die in 2016 de Sacharov prijs voor de mensenrechten ontvingen.

Wanneer de Amerikanen hen polsten om een coalitie te vormen met het Iraakse leger tegen ISIS, waren de Koerden initieel niet bijster gemotiveerd. Enerzijds is er de animositeit tussen Iraakse Arabieren en de eeuwige Koerdische vrijheidsstrijd, maar anderzijds verweten de Koerden de Irakezen precies de sterkte van IS, omdat ze op hun vlucht hele legerinstallaties en grote hoeveelheden wapens hadden achtergelaten, zo voor het grijpen voor IS.  En nu moesten de Koerden hun levens opofferen tegen deze goed bewapende gekken?  Bovendien waren de Koerden ook nog 2000px-Iraq_kurdish_areas_2003_vector.svg.pngeens intern verdeeld: de KDP en de PUK, twee organisaties die overeenstemmen met de twee Koerdische etniën: de Barzani, die het noorden van de Koerdische regio controleerden (tegen de Turkse grens), en de Talibani, die het zuiden controleerden, tegen de Iraanse grens (en dan spreken we nog niet over de PKK, die de Turkse Koerden verenigd, en door Turkije als een terroristische organisatie wordt beschouwd).

Momenteel is de situatie in Koerdistan behoorlijk onduidelijk en complex.  In juni 2014 veroverden de Koerden de belangrijke oliestad Kirkuk en de omliggende olievelden, tot grote consternatie van de Iraakse regering in Bagdad.  Daarmee breidde de KRG andermaal zijn territorium verder uit buiten de “groene lijn”, die destijds na de Amerikaanse invasie in 2003 was afgebakend en gevrijwaard met NAVO luchtsteun. Vandaag, met het beleg van Mosul, kan zulks zich nog eens herhalen.  Koerden én het Iraakse leger rukken “samen” op naar Mosul, als bondgenoten tegen IS.  Maar was als IS verslagen is.  Zal het bondgenootschap dan standhouden, of zal de oude vete tussen KRG en de Iraakse federale staat dan weer terug de overhand nemen?  Intussen heeft de KRG bvb. aangekondigd een referendum over Koerdische onafhankelijkheid te willen organiseren, want dan weer extra zenuwachtigheid veroorzaakt aan Turkse kant, die vrezen dat de grote Koerdische minderheid (gemend door de PKK) in Turkije hier aansluiten bij zou willen zoeken.

kurdish-inhabited_areas_of_the_middle_east_and_the_soviet_union_in_1986
Koerdistan heeft een groot geografisch potentieel.  De voortdurende instabiliteit in Irak en Syrië leidt tot een verdere uitbreiding van het Koerdische territorium door de KRG (Kirkuk, Mosul), maar ook de PKK (Oost-Syrië, maar ook in Mosul)

En dan is er nog de PKK, de Koerdische arbeiderspartij die al 30 jaar voor onafhankelijkheid strijdt tegen de Turkse staat (onder leiding van de Abdullah Ocalan, levenslang opgesloten in een Turkse gevangenis).  Na hun deelname aan het offensief tegen IS in Sinjar vergrootten ze hun invloed bij de Yazidi’s, tot grote ongerustheid van Turkije, dat als reactie intenser ging samenwerken met de KRG.  Vandaag ambieert ook de PKK een deelname aan het offensief in Mosul, in de hoop zo zijn territoriale invloed te vergroten en internationaal aanvaardbaar te worden. De vrees bestaat dat al deze etnische, politieke en regionale spanningen kunnen leiden tot een nieuw Iraaks conflict tussen de sjiitische Iraakse regering enerzijds (die steeds nauwer gaat samenwerken met de sjiitische Iraanse ayatollah’s in de strijd tegen ISIS), en de PKK, KRG en Turkije anderzijds die onderling strijden om het Koerdische marktleiderschap. Een complexe puzzel, waar het laatste stuk zeker nog niet van is gelegd!

Terugblik

Hoe kunnen we nu terugblikken op al deze gebeurtenissen? Dat is natuurlijk niet eenvoudig, want er is ongelooflijk veel kennis vereist om precies te kunnen uitmaken wat nu goed of slecht is geweest voor de verschillende bevolkingen in de regio.  Goed en slecht zijn immers geen zwart/wit begrippen, maar complexe, abstracte begrippen die in dit geval elementen van het goede, en elementen van het kwade kunnen bevatten.

De afzetting van Sadam Hoessein in Irak kan zowel als een stap vooruit (“Sadam was een brutale dicator”) als een stap achteruit worden gezien (“tenminste was Irak stabiel onder Sadam”, “nu is IS in de plaats gekomen, en dat is nog veel erger”). De Arabische Lente kan enerzijds worden gezien als een soevereine ontvoogding van volkeren t.a.v. hun dictatoriale kwelgeesten, maar anderzijds gaven deze revoluties ruimte en plaats aan oude sektarische verdeeldheid, en religieuze radicalisering en fanatisme.

De Verenigde Staten, en meer bepaald de haviken regering van G.W. Bush Jr., wordt vaak verweten met de invasie in Irak chaos te hebben gesticht in het Midden-Oosten.  De Verenigde Staten verkeerden in shock, en de honger naar vergelding was met de operaties in Afghanistan nog niet gestild.  Haviken als Paul Wolfowitz hoopten een ideologisch dominospel aan democratische revoluties te ontketenen in het Midden-Oosten. Ongetwijfeld was dit een wilde, gevaarlijke gok, en ongetwijfeld heeft dit in Irak direct tot veel doden en chaos geleid.

Indirect heeft de invasie een belangrijk psychologisch effect gehad op de rest van het Midden-Oosten.  Voor het eerst zagen vele arme, onderdrukte Arabieren, Sjiieten, Soennieten, … in Syrië, Libië, Egypte, … dat het mogelijk was zich te ontvoogden van hun kwelgeesten.  Indien je de Amerikanen verwijt chaos te hebben gesticht in het Midden-Oosten, moet je hen ook dit krediet te verschaffen, van een kiem te hebben gelegd voor de Arabische Revolutie die misschien op korte termijn tot chaos en verdeeldheid leidt (zoals de Franse Revolutie dat ook deed in Europa 300 jaar geleden), maar die op lange termijn uitzicht biedt op meer vrijheid, soevereiniteit en democratie.  Ga je er integendeel vanuit dat deze Arabische Revolutie niet op het conto van de Amerikanen kan geschreven worden, dan kan je ook niet de volledige chaos die vandaag in Libië, Syrië en Egypte heerst aan hen verwijten.

Kortom, we kunnen de Amerikanen zeker een stuk chaos in Irak verwijten, en de opkomst van IS in de sektarisch-religieuze woestenij die daaruit is gegroeid, maar de oorlogen in Libië én Syrië zomaar op hun conto schrijven lijkt mij onfair.  Daarvoor zijn de onderliggende historische oorzaken te complex en gelaagd: het oude pre-koloniale tribalisme in de regio, de decennialange overheersing door brutale dictators, en een spontane volksrevolutie ten gevolge van grootschalige corruptie, zelfverrijking door een dictatoriale elite, en jarenlang wanbeleid.

Hoedanook, dit verhaal is natuurlijk nog niet uitgeschreven. De komende decennia zullen uitwijzen of de centrifugale krachten van de Arabische Lente verder naar vrijheid en democratie evolueren, of integendeel corrumperen naar meer sekarisch en religieus extremisme.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s