The righteous mind (Jonathan Haidt) – Deel 4 – Moraliteit verbindt en verblindt

In Deel 3 van deze blog gaven we een overzicht van de basisingrediënten van moraliteit, en reflecteerden we over de morele ruggengraat van zowel de sociaal-conservatieve (Republikeinse) als de sociaal-progressieve (Democratische) ideologie.  In deel 4 bekijken we wat de invloed is van menselijke sociale intuïties op onze moraliteit.

Egoïst of altruïst?

Tot nu toe was het mensbeeld geschetst in het boek eerder cynisch.  We volgen Glaucon dat de mens eerder geïnteresseerd is in een reputatie van eerlijkheid en rechtschapenheid, dan in de eerlijkheid en rechtschapenheid an sich.   We koesteren intuïtief bepaalde overtuigingen, liegen en bedriegen dat het een lieve lust is, en stellen achteraf al onze intellectuele, rationele capaciteiten in het werk om onze reputatie te redden, bvb. na een explosieve en emotionele uitval op café, of om onszelf en de anderen post-factum te overtuigen dat wat we zeggen ook echt waar is.   Onze genen zijn in de eerste plaats egoïstisch, maar evolutionair hebben we morele intuïties ontwikkeld die ons toelaten “strategisch altruïstisch” te zijn.   Wederkerigheid, loyaliteit, en de zorg om onze eigen reputatie zorgen ervoor dat we strategische win-win coalities nastreven met andere leden van onze groep of gemeenschap, waar zowel wij, en eventueel ook onze partner-in-crime dan beter van worden.

In dit hoofdstuk echter betoogt Haidt dat er nog een belangrijke morele dimensie ongezegd is gebleven.   Mensen zijn inderdaad soms egoïstisch, en een groot deel van ons gedrag kan worden verklaard door “verlicht eigenbelang”, maar desalniettemin blijken we in realiteit tegelijkertijd een sterke groepsdrang te vertonen.   We organiseren ons in allerlei diverse groepen en gemeenschappen, zowel in onze vrije tijd (sport, kerk, jeugdhuizen, scouts, …), op het werk (bedrijven, teams, … ) als maatschappelijk (belangengroepen, religieuze instellingen, vakbonden, politieke strekkingen en partijen, … ).   We zijn dan wel geen heiligen, maar klaarblijkelijk zijn we soms wel goede team players !

Darwin

Charles Darwin opperde reeds dat er natuurlijk selectie was op het niveau van het individu, maar ook op het niveau van groepen van individu (zogenaamde “multi-level selection”).   Deze groepen (bvb. groepen jager-verzamelaars, … ) gingen op de weidse steppes van de continenten in territoriale competitie met elkaar.  De meest coherente groepen wonnen doorgaans, en zo konden individuele genen zich via groepsselectie doorzetten naar volgende generaties.  Niet enkel individuele kwaliteiten zoals kracht, doorzettingsvermogen, overlevingsinstinct en intelligentie (hersenvolume) werden daarbij genetisch gepromoveerd, maar ook groepsgerelateerde eigenschappen zoals coherentie van de groep die gebaseerd was op een zekere gemeenschappelijke intentionaliteit (alle neuzen in dezelfde richting), loyaliteit (wederzijdse vertrouwensbanden), autoriteit (gehoorzaamheid in ruil voor bescherming) en symbolen (hogere doelen die de groep overtuigen en passioneren, en “mentale kracht” verschaffen).  Darwin doorzag echter reeds het “freerider” probleem.  Freeriders profiteren van de opofferingen van andere individuen indien de groep wint, zonder zelf iets of proportioneel bij te dragen aan de groepsbelangen.   Hoewel de groep wint, blijven zij die zich ootmoedig en dapper hebben opgeofferd voor de groep dood of gewond achter (en verkwanselen hun procreatieve kansen) terwijl de freerider in leven blijft en zijn “laffe, egoïstsiche genen” het halen naar de volgende generatie.  Het freerider probleem lijkt dus het ontstaan van echt altruïsme in groepsverband te verhinderen.

Maar daar komt dan Glaucon en onze ongebreidelde menselijke pre-occupatie met reputatie naar boven.   De mens is geobsedeerd door het hoog houden van zijn reputatie en zal dus alles in het werk stellen om binnen zijn groep niet als laf, maar wel als moedig, en niet als vals, maar wel als fair te worden beschouwd.  Groepen hebben op die manier efficiënte middelen ontwikkeld om lafheid en deloyaal gedrag te identificeren, onderdrukken en bestraffen: denk bvb. aan de doodstraf voor deserteurs in het leger, of aan de epuratie na WOII!

Dus is de mens (en zijn genen) nu zo egoïstisch als Richard Dawkins (“The Selfish Gene“) en zovelen anderen hebben beweerd?   Volgens Haidt niet.   Mensen zijn zeker deels individualisten, maar voor een stuk kunnen we even “groupish” functioneren als een bijenkolonie.

Mensen zijn zoals bijen

We are 90 percent chimp and 10 percent bee.  De centrale metafoor verwijst naar bijen, maar er zijn nog vele koloniale insectensoorten zoals termieten, mieren.   Allen hebben ze door doorgedreven instinctieve samenwerking hun individualistische soortgenoten uitgerangeerd en verdrongen.  Allen hebben ze manier gevonden om egoïsme en individualisme (freeriders) te onderdrukken, ten voordele van het groepsbelang, waardoor groepen andere groepen evolutionair konden overleven en uitrangeren.  Ook mensen (en de evolutionaire voorouders van de mens) waren territoriale wezens met een sterke nestdrang (zoals bijen), die jongen gedurende langere tijd moesten beschermen tegen bedreigingen door externe factoren (of andere groepen/individuen).   In die omstandigheden heeft de mens zich kunnen ontwikkelen tot een sociaal groepsdier, nestelde hij zich in sedentaire “grotten” of “kampen” die hij ontwikkelde en verdedigde – zoals bijenkolonies hun nest verdedigen.  In de loop van tienduizenden jaren werden deze grotten en kampen ontwikkeld tot dorpen, forten, burchten, kastelen, steden, mega-steden, naties en keizerrijken, en ontwikkelde de mens zich van een mondiaal betekenisloos, fysiek zwak en uiterst kwetsbaar wezen dat in grotten en berenvellen leefde, tot dé superieure diersoort die alle andere soorten 100% aan zijn eigen dominantie heeft kunnen onderwerpen.

Experimenten met chimpansees hebben aangetoond dat mensen, zelfs kleine kinderen, een aangeboren intuïtie tot samenwerking hebben.  Deze wordt getriggerd door gedeelde intentionaliteit: het gegeven dat meerdere individuen een gedeelde voorstelling hebben van een taak of doel, en het werk of de last om de taak uit te voeren of het doel te bereiken gaan delen. Bvb. het gecoördineerd benaderen van een prooi langs verschillende kanten door verschillende individuen. Of de ene trekt een tak naar beneden zodat de andere fruit kan plukken.  Dit zijn primitieve voorbeelden van samenwerking waar bvb. chimpansees of honden niet toe in staat blijken, maar die bij mensen “van nature” aanwezig zijn (en zich “natuurlijk” manifesteren vanaf een bepaalde leeftijd).

Deze samenwerking evolueerde verder door Darwinistische groepsselectie en leidde tot systemen waarbij freeriders worden onderdrukt ten voordele van het groepsproces. Gedeelde intentionaliteit werd ad ultimum geconcretiseerd in menselijke taal, en omgezet in gestructureerde sets van morele groepsnormen en -waarden, die op conformistische wijze als een gedeeld kader aan de groep worden opgelegd.

Deze groepsselectie kan snel gaan.  Experimenten met het kweken van vossen door Dmitri Belyaev hebben aangetoond dat je grote genetische veranderingen kan teweegbrengen in slechts een paar generaties tijd (in dit geval werden vossen tam gekweekt tot een soort “vos-honden”, met zelfs enorme fysieke veranderingen tot geval (bvb. minder grote tanden).  In een ander experiment kweekte men niet de meest individueel productieve kippen (dit leidt immers vaak tot een lagere totale productie doordat ook agressiviteit en kannibalisme tussen de kippen toenemen), maar kweekte men op groepsniveau de kippenhokken die in het geheel de hoogste productiviteit hadden.  Gevolg was dat de totale productiviteit toeneemt van de kippen op het niveau van de hokken dramatisch toeneemt!

Groepsgedrag kan worden getriggerd door een aantal “drivers”, die ons in de juiste omstandigheden boven ons eigen genetische egoïsme laten uitstijgen, en ons laten samenwerken om samen meer te bereiken dan we alleen zouden kunnen.  Het kan leiden tot een bijna transcendente ervaring waar we boven onszelf uitstijgen, die kan uitgelokt worden door de juiste omstandigheden en activiteiten:

  • collectieve emoties, bvb. winst van de Rode Duivels, dood van de leider of Koning, …
  • massa-evenementen, bvb. Tomorrowland, voetbalmatch met tienduizenden toeschouwers, …
  • ontzag voor de natuur, bvb. gewaarwording van nietigheid bij het aanschouwen van de grootsheid van natuur, sterren, …
  • drugs, bvb. LSD

Ons groepsinstinct is er dus, maar nog interessanter is : hoe kunnen we daar dan slim gebruik van maken?

  • benadruk de gelijkenissen in de groep, niet de verschillen.   Zo voelt iedereen zich deel van een gedeelde identiteit, een gedeelde intentionaliteit.   Er wordt vandaag erg veel nadruk gelegd op racisme, maar ras of huidskleur is maar één (weliswaar erg zichtbaar) verschil dat kan verdrinken in een zee van gelijkenissen in een dorp, stad, regio, natie, bedrijf of team
  • stimuleer competitie tussen teams ipv tussen individuen.  Competitie heeft een positief effect op de groepscohesie, maar individuen tegen elkaar uitspelen zal het tegenovergestelde effect ressorteren
  • rituelen en collectieve handelingen kunnen het groepsgevoel stimuleren.   Denk bvb. aan kleine dingen zoals elke middag samen een wandeling doen na de lunch, samen eten of samen koffie drinken.   Of denk aan gezamenlijke Yoga of Aerobics in grote Japanse bedrijven.
hallicugens
Gebruik van hallicunogenen is een oud gebruik om te ontsnappen naar het rijk van het transcendente en heilige

Samengevat:

leadershipo

Zou onze groepsnatuur de sleutel kunnen zijn tot ons succes, en ons menselijk geluk?  Het zou natuurlijk prachtig zijn als alle mensen, ongeacht hun groep of woonplaats, elkaar even onvoorwaardelijk zouden kunnen liefhebben, maar vanuit evolutionair en moreel-psychologisch perspectief is dat dus onwaarschijnlijk.  Parochiale liefde, vooral gericht op de leden van de eigen groep en gemeenschap, is allicht het hoogste wat we menselijk kunnen bereiken.

Religie is een ploegsport

In dit hoofdstuk trekt Haidt de parallel tussen religieuze riten enerzijds en de riten in de sport of studentenclubs: de strijdliederen, het dansen, het juichen en het delirium dat daarop volgt als de ploeg of club uiteindelijk aan het kortste eind trekt.   Doen supporters dit omdat dit de doorslaggevende factor is in winst of verlies?   Of doen ze dat – vanuit Durkenheim’s perspectief, om hun eigen gemeenschap, groep en identiteit te versterken?

Sport mag dan, zoals religie, soms een nutteloze bezigheid lijken (“de belangrijkste bijzaak ter wereld”), waarvan men zich soms toch afvraagt wat de maatschappelijke toegevoegde waarde is, en wat de vele overheidssubsidies voor dure stadions, kerken, beveiliging, erediensten, …  verantwoordt.  Vanuit sociologisch perspectief zijn zowel sport en religie echter uiterst interessante  fenomenen die mensen samen brengen, en duurzame banden smeden tussen individuen waardoor ze zich deel gaan voelen van een geheel, en ze door de objectieven en doelen van de groep ook zin kunnen geven aan hun eigen individuele bestaan.  Groepen en gemeenschappen zijn dus zingevend.

Vele wetenschappers (denk maar aan het boek van Richard Dawkins – The God Delusion) verzetten zich tegen religie, omdat ze focussen op het meest zichtbare: parabels, mirakels, heilige geschriften met een schimmige historische basis.   Daarom is religie volgens hen onwetenschappelijk, irrationeel, en dus tijd- en geldverlies.  Maar ze verliezen het enorme belang van religie voor onze morele en identitaire gemeenschapsvorming compleet uit het oog, en de enorme impact die de ontmanteling van religieuze gemeenschappen in het Westen kan en zal hebben op het welbehagen van de achterblijvende individuen. Kijken naar religie door God te bestuderen is even vreemd als proberen het enthousiasme en de passie bij voetbalsupporters voor hun club te begrijpen door de bal te bestuderen.  voetbal te begrijpen.   Geloven, doen en het groepsgebeuren in religie hangen samen, maar het identitaire groepsaspect en de verbondenheid die religies creëren tussen de gelovigen zijn vaak onderschat.

religion2
Religieus gedrag wordt niet enkel – of zelfs in mindere mate – bepaald door wat mensen geloven, maar vooral door de groep en de identiteit waartoe ze behoren

Religie is het resultaat is van een evolutionaire competitie tussen groepen individuen waarbij de religie en de riten die daarmee samen hangen de cohesie van de groepen dermate versterken zodat zij beter gewapend zijn in de strijd met hun concurrerende groepen en zowel genetisch maar ook cultureel hun morele en religieuze referentiekaders verder doorgeven aan hun nakomelingen.   In de voorbije tienduizenden jaren zijn zo allerlei systemen ontwikkeld om “freeriders” te onderdrukken en verraad aan de gemeenschap (“God”) te vermijden.  Een plejade aan geboden, verboden, straffen van God, plagen, vette en arme jaren worden in de meeste religies in stelling gebracht om de gelovige op andere ideeën te brengen dan God – het allerhoogste en allerheiligste symbool van de gemeenschappelijke identiteit en moraliteit – en dus de gemeenschap te verraden. Zo kunnen vrede, stabiliteit en welvaart ongebreideld groeien (althans niet bedreigd door interne twisten, hoogstens door twisten met concurrerende gemeenschappen).    Religie helpt onze natuurlijke en Glauconiaanse driften tot ontsporingen te onderdrukken door een onzichtbare maar altijd toekijkende God te concipiëren die de groepsleden beloont indien ze conformeren, maar ook straft indien ze divergeren van de kudde.

Religie lost dus het moeilijkste probleem van het menselijke bestaan op: samenwerking zonder directe verwantschappen in grotere gemeenschappen.  Het helpt mensen om samen te bereiken wat ze alleen nooit zouden kunnen bereiken.  En hiervan zijn legio voorbeelden te vinden.  Het Calvinisme was een strenge reactie op de decadente uitwassen van het Katholicisme dat de nadruk legde op soberheid, hard werken en het bevorderen van de welvaart van de gemeenschap.   Het Jodendom heeft een erg gesloten, maar sterk verbonden gemeenschap gecreëerd die in staat was door de eeuwen heen steeds economische top resultaten te boeken, die helaas hebben geleid tot grote nijd en hatelijke reacties van velen en, in extremis, zelfs tot de holocaust.  Haidt geeft ook nog andere illustraties, zoals eentje uit Bali, waar rijstteelt en afgoden ook nauw met elkaar verstrengeld waren en tot rijkelijke oogsten en billijke verdeling van de opbrengsten leidden.   Uiteraard zijn er ook verschrikkelijke anti-voorbeelden, waar religieuze verschillen leiden tot het slechtste wat de mens heeft voortgebracht (godsdienstoorlogen, onderdrukking, ISIS), maar zij weerleggen niet dat binnen één gemeenschap één religie bijna altijd leidt tot grotere verbondenheid, efficiënter groepsgedrag, een groter geluksgevoel, en meer economische welvaart.

Zijn religieuze mensen betere mensen dan niet-religieuze mensen?   Uit onderzoek zou blijken dat religieuze mensen inderdaad meer aan liefdadigheid doen, zowel in tijd als geld, in het bijzonder wanneer het hulp aan de behoeftigen betreft.   Maar dat is natuurlijk niet de essentie.   De essentie is dat religie helpt om het egoïsme van onze genen te overstijgen, en verbondenheid te creëren tussen individuen waar anders nauwelijks verwantschap zou bestaan.  De vraag rijst dan ook waar de ontkerkelijking en doorgedreven secularisering in het Westen ons toe zal leiden.  Sinds de verlichting was onze moraal al liberaal en individualistisch, en dit zet zich altijd maar verder door.   Verbondenheid en samenhorigheid brokkelen verder af, en het maatschappelijke middenveld staat onder druk.  Vakbonden en allerlei andere sociaal-maatschappelijke organisaties verliezen leden.  Mensen aarzelen meer en meer om zich te engageren in structuren en organisaties.   Ondanks de grootste materiële welvaart ooit, zijn er toch meer depressies, burnouts en zelfmoorden dan ooit tevoren.  Er is meer materiële welvaart, maar niet meer “geluk”.   Gelukszoekers, zelfhulpboeken en psychotherapie scheren de allerhoogste toppen ooit.  Mensen zijn massaal op zoek naar “geluuk”, meer funamenteel naar een existentiële “zin” in hun leven, nu de religieuze existentiële referentiekaders in het Westen volledig zijn gedeconstrueerd en geseculariseerd.  Hoe zullen we deze morele leemte kunnen invullen, en welke nieuwe morele referentiekaders zullen in de toekomst onze gemeenschapszin en samenwerkingsinstincten schragen en stimuleren?

moskee
Niet zo discrete uiting van religieuze assertiviteit in Utrecht

Anderzijds, hoe zullen we omgaan met de sterker wordende Islam in het Westen, die steeds assertiever en prominenter zijn plaats opeist in de maatschappij.   We zien moskeeën (al dan niet vanuit het buitenland gefinancierd) verrijzen in onze seculiere steden, boerkini’s veroveren onze stranden en halal vlees wordt hier en daar de norm.   Welke plaats geven we religie nog in onze maatschappij, rekening houdende met de democratische rechtsbeginselen als scheiden van kerk en staat enerzijds, de onvermijdelijke culturele vervreemding van allochtonen vs. autochtonen anderzijds, maar ook rekening houdende met de krachtige sociologische, identitaire en cultureel ontvoogdende rol die religie speelt?

boerkini.png
Boerkini verbod: evenwichtsoefening tussen individuele en sociocentrische moraal

Is een boerkini verbod te verantwoorden vanuit een conservatieve maatschappij visie?   Kunnen we individuele rechten inperken met het oog op meer culturele integratie en cohesie, en dus meer  gemeenschapsvorming?  Uiteraard heeft iedereen het recht te dragen wat hij wil, maar een boerkini is natuurlijk niet zomaar een kledingstuk.  Het is een religieus symbool dat minstens ten dele gelinkt kan worden aan een Islamistische, patriarchale moraliteit waar vrouwen onvrij zijn en zich moeten verhullen opdat mannen niet door hen in verleiding zouden worden gebracht. Heeft onze maatschappij – of de meerderheid daarvan – het recht om zich te verzetten tegen deze symbolen van een moraal die botst met individuele rechten en gelijkheid van man en vrouw die hier in onze Westerse maatschappij vanzelfsprekende gevoeligheden zijn geworden.  Anderzijds komen we natuurlijk in een intern moreel conflict, want om onze Westerse, individualistische moraal te verdedigen op basis van een sociocentrische, conservatieve visie op de maatschappij, moeten we het recht van andere individuen om zich te kleden hoe ze wensen (om welke reden dan ook) inperken.   Een paradox.

Hoe worden we sociaal-democraat of conservatief?

Als we vandaag naar Amerikaanse – maar met uitbreiding, Westerse – politiek kijken, dan lijken we de laatste jaren een verslechtering van het politieke klimaat en een verscherping van de tegenstellingen tussen links en rechts te zien.  Dat contrasteert met de hoop die ontstond na de val van de Berlijnse Muur dat de oude links-rechts ideologieën irelevant zouden worden, en we tot een nieuwe wereldorde zouden komen waarin we op rationele wijze de wereld zouden besturen, in een wereld zonder giftige meningsgeschillen, zonder oorlogen?

Niets blijkt echter minder waar.  Je moet maar naar de huidige Amerikaanse presidentsverkiezingen kijken om te zien dat de tegenstellingen nooit zo groot zijn geweest.   President Obama was dan mischien een sterke president op een aantal vlakken (intellectueel sterk, goede speecher, een aantal verwezenlijkingen) ook hij is er niet in geslaagd om het Amerikaanse volk echt te verenigen.  De tegenstellingen tussen democraten en republikeinen, tussen Tea Party en libertairen, tussen aanhangers van Trump en Sanders (die beiden de eerder centristische Clinton en Obama’s van deze wereld verguizen) lijken groter dan ooit te voren.   Hoe kan dat ?   En wat maakt mensen zo militant en ideologisch kiezen voor een bepaalde politieke partij?

fight.png
Waarom maken we ruzie over politiek?   Waarom kunnen we niet gewoon rationeel en ordentelijk van menging verschillen?

Enerzijds hebben we natuurlijk eerder al gekeken naar de manier waarop we een mening vormen (instinctief, intuïtief, met veel Glauconiaans oog voor onze eigen reputatie), en waarom we ons als individuen organiseren in groepen (om als groep sterker te zijn dan andere individuen en groepen), en omdat dit onze evolutionaire basis versterkt en ons geluksgevoel verbetert door verbondenheid en groepsidentitaire principes.

Maar hoe worden we eigenlijk democraat of conservatief, links of rechts?  Je zou kunnen aannemen (zoals Marx deed) dat de partij waartoe je behoort bepaald wordt door je eigenbelang.   Kapitalisten verenigen zich en willen hun rijkdom bestendigen, en arbeiders verenigen zich ook en willen zich ontvoogden.   En mensen die de luchthaven van Deurne weg willen zullen sowieso op Groen stemmen omdat deze partij hun eigenbelang zal verdedigen.   We hebben echter eerder al gezien dat eigenbelang in politiek onderzoek maar zwak correleert met politieke voorkeur, want politieke voorkeur wordt vooral bepaald door de groep waarin men zit, en de ideeën (die gangbaar zijn in deze groep) waaraan men zich instinctief conformeert (en die men rationeel zal proberen te verdedigen).   We hebben bovendien reeds uitgelegd dat een aantal morele basis intuïties aangeboren zijn, en uit studies met tweelingen blijkt dat zelfs politieke voorkeur deels genetisch is bepaald.   Een aantal van deze basis intuïties (bvb. eerder zorgzaam, eerder open van geest, eerder risico-avers, …) zijn zeker aangeboren, maar worden in de loop van onze kindertijd en volwassen leven natuurlijk vermengd en aangelengd met levenservaringen enerzijds en de cultuur waarin we leven anderzijds.

Leven in een cultuur van openheid en avontuur zal natuurlijk eerder onze instincten voor openheid en avontuur stimuleren en ontwikkelen, terwijl een bekrompen en gesloten mentaliteit eerder onze risico averse reflexen zal versterken.   Dit heeft te maken met opvoeding door onze ouders, ervaring en sociale contacten op school, jeugdbewegingen, sportclubs, …  Er is dus een complexe interactie tussen enerzijds aangeboren intuïties (die bij iedereen verschillend zijn en genetisch bepaald) en anderzijds hoe deze verder worden gevormd in ons leven.   Zo kunnen mensen die als kind eerder gesloten en risico-avers waren (als het ware voorbestemd om conservatief te worden), toch liberaal stemmen omdat ze tijdens hun kindertijd en jeugd zeer open, veranderingsgezind en avontuurlijk zijn gevormd.

Migratie

Zoals in een bijenkolonie moeten ook in een gemeenschap, dorp, regio, gewest, natie of gemenebest de neuzen tot op zekere hoogte in dezelfde richting staan.  Als iedereen een verschillende richting uit rent bij het fluitsignaal, kan je als team niet functioneren, laat staan winnen.  Er is een zekere mate van conformiteit, loyaliteit en overgave nodig aan de gemeenschappelijke intentionaliteit van de natie, een gemeenschappelijke morele matrix die de staat ordent en structureert.  Het mirakel van een goed voetbalteam, maar ook succesvolle natie is de mate waarin ze mensen kan verenigen en enthousiasmeren voor een gemeenschappelijke intentionaliteit, een “missie”, een set van zingevende en gedeelde waarden en objectieven die mensen als leidraad nemen voor hun bestaan binnen de gemeenschap.    In feite verschilt in die zin een staat niet zo sterk van een bedrijf, dat ook maar succesvol kan zijn als zijn werknemers echt overtuigd zijn van de intenties en objectieven van het bedrijf en zijn leiders !

Helaas zijn er evengoed een paar excessen op te sommen waar de menselijke groepsnatuur is misbruikt om niet het allerbeste in de mens naar boven te halen, maar juist het allerslechtste.   Het fascisme is een extreme vorm van een autoritair en hiërarchisch gestructureerde staat, waarbij de gemeenschappelijke intentionaliteit (bvb. imperialisme en/of rassenhaat), de staat en ook de autoritaire leiders als “heilige” waarden worden gepresenteerd en verheerlijkt.   Is dit het sluitende bewijs dat elke vorm van nationalisme verwerpelijk is (zoals liberalen de afgelopen 20 jaar herhaaldelijk hebben geclaimd?). Naties, zoals alle vormen van gemeenschappen, kunnen op basis van de morele intuïties van de mens en een gedeelde missie zowel het beste als het slechtste in mensen naar boven brengen, maar natuurlijk moet dit ten allen tijde in een rechtstaat met checks & balances kunnen functioneren, en net die was in het val van de Nazi’s natuurlijk afgeschaft (mede dankzij sociaal-economische problemen, propaganda via nieuwe massa media maar ook platvloers geweld).  Het is niet verdedigbaar dat je op basis daarvan de groepsnatuur van de mens, en een conservatieve, sociocentrische kijk op mens en maatschappij per definitie te verwerpen.   Er zijn ontelbare voorbeelden van gemeenschappen, naties en culturen waar een sociocentrische moraal de plak zwaait zonder genocide of holocaust tot gevolg.  Trouwens er zijn ook vele genocides gepleegd in naam van andere ideologieën dan het nazisme.

nazirally.png
Nazi massa bijeenkomsten speelden bewust in op de groepsnatuur van de mens.  Er werd gestreeft naar het ontlokken van ontzag bij de deelnemers.  Grootsheid, weidsheid, repetitieve patronen, gemarcheer, vlaggen en wimpels, symmetrie moesten leiden tot een zekere esthetische, zelfs transcendente gewaarwording die het Duitse patriottisme moest ondersteunen.

Een ander punt is natuurlijk het feit dat conservatieve sociocentrische moraliteit de nadruk legt op zorg, wederkerigheid en loyaliteit binnen de eigen gemeenschap, waar sociaal-progressieven (bvb democraten) ook expliciet het ideaal van de ongelimiteerde zorg en wederkerigheid naar leden van andere gemeenschappen (Syriërs, Irakezen, …).    Als we bvb. kijken naar de recente Syrische en Europese vluchtelingencrisis in 2015-2016, dan zien we dat er veel discussie bestaat tussen progressieven en conservatieven tussen in welke mate we – ongelimiteerde – zorg en bijstand moeten verlenen aan vluchtelingen en nieuwkomers uit andere gemeenschappen (Syriërs, Irakezen, Afghanen, … ).  Het is natuurlijk een feit dat de Conventie van Genève staten (die het verdrag geratificeerd hebben) ertoe verbindt elke asielzoeker die zich op ons grondgebied aandient op te vangen, en een gestructureerde procedure aan te bieden waarin de kandidaat-vluchteling wordt gescreend en al dan niet – op basis van zo objectief mogelijke gegevens – het internationaal gedefinieerde statuut van “Vluchteling” toekent waaruit de persoon in kwestie een heel aantal sociale rechten in het land van opvang kan putten (en in België zelfs het staatsburgerschap).

Als we dit probleem echter door de bril van Haidt bekijken dan is het volgens zijn moral foundations theory en op basis van de theorie van de groepsselectie eigenlijk erg logisch dat mensen relatief veel aandacht hebben voor andere mensen binnen hun eigen groep of gemeenschap (waarmee ze intentionaliteit, waarden en cultuur delen), maar relatief weinig aandacht voor mensen uit andere gemeenschappen, waar ze weinig of niets mee delen (en die ze hoogstens eens in het nieuws eens zien verschijnen, 5 min per dag).   Gezond verstand natuurlijk: elke aanslag in Europa (ook al vallen er nauwelijks doden) beheerst dagenlang de aandacht, maar aanslagen ver weg in Syrië en Irak met numeriek tientallen of honderden malen meer doden worden moet je gaan zoeken in de achterpagina’s.  Wanneer Aylan – hoe triest ook – aanspoelt op de Europese kusten is dat wekenlang voer voor mediatieke debatten en consternatie, maar de tientallen doden die dagelijks in Afrika, Syrië of Irak vallen, daar kraait niemand naar.  Moeten we onze beperkte menselijke blik (ondanks de globaliserende wereld en media) dan maar klakkeloos aanvaarden voor wat het is?  Neen, een dode een dode, en een leven een leven, maar toch is het ook goed zich bewust te zijn van de eigen genetische beperkingen die ons instinctief laten vechten voor het leven van onze naaste in onze “peer groep”, maar die ons evenzeer grotendeels onverschillig laten bij de dood van duizenden aan de andere kant van de wereld.  Pas wanneer we ons bewust van zijn van de natuurlijke instincten van onze olifant, kunnen we als berijder misschien lichtjes ten goede bijsturen, maar onze olifant fundamenteel veranderen, dat kunnen we allicht niet.

Dat brengt ons bij een volgend punt: hoe kunnen wij een solide democratisch systeem bouwen, waarin mensen wel gedeelde intentionaliteit, een lotsverbintenis, een gemeenschappelijk doel ervaren, en dat succesvol is voor zijn eigen leden (burgers), en zo eventueel ook iets te bieden kan hebben aan andere gemeenschappen?   Haidt stelt dat het essentieel is dat daarvoor de neuzen in zekere mate in dezelfde richting staan.   Culturele, morele en religieuze verschillen, die toch samen hangen met diverse morele matrices die mensen “verbinden en verblinden”, kunnen individuen in volstrekt verschillende richtingen laten rennen vanaf het eerste fluitsignaal.   We moeten dus in zekere mate zorgen dat mensen in dezelfde richting lopen, en de trainer vaardigt hiertoe regels en strategieën uit.  Met andere woorden, het aantal nieuwkomers dat een gemeenschap kan absorberen staat in een omgekeerde relatie tot het aantal nieuwkomers, en de culturele diversiteit die zich manifesteert onder de nieuwkomers.   Met andere woorden, hoe meer nieuwkomers, en hoe meer de nieuwkomers verschillen van de autochtone bevolking, hoe groter de “schok” is die je kan verwachten bij beide partijen.Worden die niet gevolgd, dan verliest de ploeg, sowieso.

Bekeken vanuit dit perspectief is er in de voorbije 50 jaar wat fout gelopen in onze migratie politiek, wat heeft geleid tot een aantal belangrijke samenlevingsproblemen met migranten, of zelfs inmiddels 2e en 3e generatie Belgen met een migratie achtergrond.  Er is in het verleden te weinig rekening gehouden met de menselijke, psychologische en culturele impact van de enorme verschillen tussen morele matrices van autochtone bevolking en nieuwkomers.  In de jaren 60-70 werden migranten van allerlei komaf massaal verwelkomd om een handje toe te steken in de Limburgse mijnen, maar niemand stond stil bij de integratie en inburgering van die mensen.  Er werd enkel gekeken naar de economische nood, maar niet naar de maatschappelijke impact.  Snelbelg wetten en regularisatiegolven van illegale immigranten in de jaren 90 leidden tot een verdere ontwaarding van het lidmaatschap van de Europese, Belgische of Vlaamse identiteit en gemeenschap. Belg of Vlaming worden, lid worden van onze gemeenschap, werd een “gratuite papiertje”, een administratieve formaliteit, vanuit een naïeve kosmopolitische en liberale ideologie dat de wereld een dorp geworden was en dat alle individuen in dat dorp vredevol zullen samenleven, ongeacht nationaliteit, cultuur, religie (die men op dat moment ook als irrelevant beschouwde liever meteen afgeschaft zag).  Identiteit was een vies woord, en nationalisme was gelijk aan het Vlaams Blok, gelijk aan de jaren 30 en de opkomst van het fascisme.   Dit leidde op zijn beurt enerzijds tot economische kwetsbaarheid en kansarmoede (door gebrekkige taalkennis, door schoolachterstand, door gebrekkige opleiding in het land van herkomst, een zwakke positie op de arbeidsmarkt), en anderzijds ook tot culturele en geografische gettovorming van mensen die wanhopig proberen vast te houden aan hun oude identiteit, gemeenschap en morele matrix in het opvangende land.    Twee problemen overigens die elkaar mutueel versterken.  Pas in de jaren 2000, decennia na de eerste grote immigratiegolven in de jaren 60 en 70, zijn gestructureerde integratieprogramma’s opgestart met verplichte inburgerings- en taalcursussen, en uiteindelijk ook resultaatsverbintenissen voor het krijgen van de Belgische nationaliteit.   Onbegrijpelijk en onaanvaardbaar: vandaag zijn inburgerings- en taalcursussen in Brussel (met zo’n enorme en kansarme migrantenpopulatie) en Wallonië nog steeds vrijwillig.

De asielcrisis van 2015-2016 leidde tot een nieuwe massale instroom van migranten.   Tot 40000 per jaar in België, en tot meer dan 1 miljoen mensen in Duitsland.  Gaan we deze fouten vandaag opnieuw maken?  Progressieven willen vasthouden aan een idealistisch, doch onrealistisch principe van ongelimiteerde opvang en een welkomstcultuur die zonder twijfel voor een aanzuigeffect heeft gezorgd.   Is het niet realistischer toe te geven dat enerzijds goede inburgering en integratie handenvol geld en energie kosten, de economische kansen van de nieuwkomers al bij al beperkt zijn (wegens laaggeschoold), maar dat bovenal ook het culturele absorptievermogen van onze maatschappij beperkt is?   Dat er grenzen zijn aan wat onze maatschappij en gemeenschap aan nieuwkomers en diversiteit kan integreren zonder letterlijk te “vervreemden” van de gemeenschappelijke intentionaliteit, waarden, normen en symbolen die haar haar kracht en de overtuiging geven om succesvol te zijn en blijven? En dat het tijd kost om deze missie, en alle olifanten die deze missie incorporeren, langzaam bij te sturen onder invloed van de nieuwe culturele impulsen die nieuwkomers introduceren?

asiel.png

Dit is de reden dat ik een dubbele houding aanneem t.a.v. de asielcrisis, en immigratie in het algemeen.  Enerzijds zijn grenzen nodig, moeten deze bewaakt worden en ziet een realistisch beleid onder ogen dat het absorptievermoden – zowel cultureel als materieel – beperkt is.  Anderzijds  moeten we alles in het werk stellen om deze nieuwkomers en asielzoekers die we toelaten tot onze gemeenschap (en dat kunnen er best veel zijn) zo intensief en optimaal mogelijk in te burgeren en te integreren, zowel cultureel, maatschappelijk als economisch.  Het is in het belang van de gemeenschap, maar ook in het belang van de nieuwkomers zelf dat zij de taal spreken, deel worden van onze gedeelde morele gemeenschap, onze normen en waarden kennen en respecteren,  en zo snel mogelijk economisch geactiveerd worden.   Dit laatste is cruciaal.  Indien we mensen niet geactiveerd krijgen (en dat is een serieuze uitdaging) organiseer je de lethargie, kansarmoede en het sociaal-economische isolement.  Mensen kunnen dan nog slechts hun identiteit beleven via hun cultuur, omdat ze dit niet kunnen via hun werk en maatschappelijke relaties.

Samengevat: het is niet realistisch om alle problemen van de hele wereld te willen oplossen.  Zo organiseer je de mislukking, zowel economisch (werkloosheid, isolement, kansarmoede, … ), als cultureel (vervreemding, xenofobie, … ). Verplichte itegratie en inburgering zijn cruciale hefbomen in een gemeenschapsvormende, langetermijn visie op migratie.  Doe eventueel wat minder, maar doe het wel goed, en herhaal zeker geen fouten uit het verleden.

Lees het laatste en 5e deel van deze blog hier. 

 

Advertisements

3 thoughts on “The righteous mind (Jonathan Haidt) – Deel 4 – Moraliteit verbindt en verblindt

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s