“The righteous mind” (Jonathan Haidt) – Deel 1 – Inleiding & overzicht

Reeds in mijn eerste blog – een hele poos geleden , want ik heb een tijdje stil gelegen qua bloggen – heb ik mijn plan op tafel gelegd om het boek “The righteous mind – why good people are divided over politics and religion” van Jonathan Haidt te lezen.

Het boek interesseerde mij vanuit mijn ‘frustratie’ dat gesprekken over politiek of religie vaak ongewild of onbewust uitdraaien op soms wat bitsige ‘discussies’ (in de negatieve zin van het woord) waarbij gelijk krijgen belangrijker lijkt dan gelijk hebben, en waarbij het eigenlijk niet meer gaat over het uitwisselen van informatie / argumenten en leren van elkaar, maar wel over het overtuigen van de andere partij (of misschien wel enkel jezelf) dat je wel degelijk gelijk hebt.  Ongewild krijgen dergelijke gesprekken een onuitgesproken geladenheid, waarbij je hetzij over eieren loopt om niemand tegen de borst te stuiten, of waarbij je hetzij persoonlijke snaren raakt die blijven nazinderen en tot frustraties leiden die pas dagen, weken, maanden later in een andere context weer het daglicht zien.

Daardoor krijg je het sociologische effect dat ik kan waarnemen in mijn vriendenkring, maar ook bvb. onder collega’s en zelfs soms in intieme familiekring, dat men deze o718c-7lr-elnderwerpen liever mijdt.  Ook over politieke voorkeuren wordt niet gesproken, laat staan dat je ernaar vraagt, en religie: dat is bij uitstek iets voor de privé sfeer.  Wee hem die daar nog over spreekt in het publiek.  Dat moet echt wel een freak zijn, of een kwezel.  Nu, niet dat de babies / luiers van mijn vrienden en de job van mijn schoonzus oninteressant zijn, maar we leven in een complexe wereld, waarin we toch ook de verantwoordelijkheid hebben er iets van te maken, en om er iets van te kunnen maken is het zinvol deze wereld te begrijpen, en om de wereld te begrijpen moeten we toch wel spreken en van gedachten wisselen met elkaar, of niet?

Na een dikke 6 maanden lezen ben ik dan eindelijk zover.   Het was moeilijk, ook al omdat ik het boek bij wijze van experiment volledige elektronisch heb gelezen (via Amazon), en volledig in lijn met mijn chaotische karakter, soms ook parallel twee andere boeken aan het lezen was (daarover later meer :-)), maar het is uiteindelijk toch gelukt.

Deze blog is enerzijds een samenvatting van het boek.   Dat vond ik nuttig om voor mezelf het boek nog eens volledig door te nemen nadat ik het had uitgelezen, en ook nog eens grondig te recapituleren, zodat ik de hoofdlijnen en de vele interessante anektdotes en wetenswaardigheden hopelijk langer zal onthouden (in een permanente niet aflatende strijd met mijn feilbare geheugen).    Anderzijds is het ook badineren en opiniëren langs de hoofdlijnen van het boek, en verder doordenken en het boek projecteren op de actualiteit die ik hier in België zo graag volg.  Het boek is immers geschreven door een – weliswaar breed geschoolde en kijkende – Amerikaan, en vertrekt dus in de eerste plaats vanuit de Noord-Amerikaans perspectief op politiek, godsdienst, cultuur en zelfs wetenschap.   Vanuit kennis begint de reflectie, en dat mag natuurlijk niet ontbreken, en is dan ook her en der verweven in deze blog.

Wat vind ik er nu van ?

Voor zij die niet geïntersseerd zijn in mijn hersenspinsels, en gewoon zelf willen beginnen lezen: ik vond het een schitterend boek.   Het komt misschien wat traagjes op kruissnelheid (is dat niet het probleem van elk boek, of elke lezer van een boek?), en het eerst hoofdstuk is misschien niet het meest evidente om op gang te komen, maar dit boek is voor mij echt een eyeopener geweest op verschillende vlakken.

Belangrijkste daarvan zijn zonder meer de manier waarop wij onze mening vormen (en die is veel intuïtiever en zelfs instinctiever dan ik mezelf ooit voorstelde),  de idee dat de conservatieve (in Europese termen: rechtse) ideologie een breder en robuuster moreel appél stelt aan de kiezer dan de democratische of de progressief-liberale ideologie, en de idee dat het juist onze “groepsnatuur” is – die gedurende miljoenen jaren evolutionair en cultureel in onze menselijke genen is ingeslepen, die ons als soort / beschaving / volk / natie / sportclub / kerkgemeente / politieke partij / gemeenschap / … zo sterk heeft gemaakt, en die de menselijke soort en cultuur tot de heersende heeft gemaakt vandaag op aarde.  Dit boek heeft me laten zien dat een aantal oude en soms verguisde waarden en intuïties zoals loyaliteit, trouw, wederkerigheid, respect voor autoriteit en ouderen, samenwerking, samenhorigheid, groeps- of gemeenschapsvorming diep geworteld zijn in onze menselijke natuur, en ons als menselijke soort hebben gemaakt – ondanks vele dieptepunten – tot wie we vandaag zijn.

Het is soms beangstigend dat de mens in een van – zo denken wij soms – religie en ideologie ontdane Westerse maatschappij zijn morele kompas schijnt kwijt te zijn.  De Verlichting, met al zijn idealen spitst zich toe op de ratio en de wilsbeschikking van het individu vanuit liberale principes die de groepsnatuur van de mens vergeten en negeren.   Jongeren, ouderen, gepensioneerden lijken aan zichzelf overgelaten.   De individuele wil is de maat van het zijn, en genieten van het (eigen) leven is het ultieme doel.    Waarden als loyaliteit, trouw, zorg voor anderen/ouderen en de hogere (heilige) waarden van onze maatschappij (God, symbolen, idealen, … ) lijken op de terugweg.   Ondanks de grootste materiële welstand in eeuwen lijken mensen er niet noodzakelijk gelukkiger op te worden.  In onze rijke, doch individualistsiche Westerse samenleving ligt het geluksgevoel niet noodzakelijk hoger dan in straatarme doch samenhorige en sterk verbonden gemeenschappen in Afrika of India.  Mensen die leven in schijnbaar voorbijgestreefde religieuze gemeenschappen of zelfs sektes zoals katholieke of protestantse gemeenschappen, de mormonen, de orthodox-Joodse gemeenschappen, streng-islamitische gemeenschappen  of het Indiase kastesysteem lijken ondanks dit soms verstikkende juk van al dan niet religieuze strikte normen en regels toch gelukkig te kunnen leven.

Mensen hebben gemeenschappen nodig om zin te kunnen geven aan hun leven want Darwin en zijn evolutie hebben nu eenmaal een groepsnatuur in onze genen en geest geslepen. .   Sportclubs, kerkgemeenschappen, yogagroepen, vrijwilligersorganisaties, politieke partijen, wereldwijde religieuze systemen, volksbewegingen, volkeren, landen, regio’s, dorpen en federaties.  Allen proberen ze mensen te verenigen in verbanden met gedeelde intenties, normen en waarden.   Maar welke systemen kunnen na de volledige secularisatie van het Westen de mensen vandaag nog in gemeenschappen mobiliseren?    Hoe kunnen mensen zich nog deel voelen van een groter geheel, van iets dat zin geeft aan hun leven, als alles wat symbool staat voor iets “groter” en iets “heilig” wordt gerelativeerd, gerationaliseerd of onderuit gehaald?   Welke waarden- en normenkaders kunnen wij nog bieden aan jonge opgroeiende mensen die geconfronteerd worden met de grote levensvragen, met globalisering en met immigratie?

Dit boek is voor mij een krachtig inzicht in moraal: waarom bestaat het, hoe werkt het, en hoe beïnvloedt het uiterst krachtig onze ideeën en de manier waarop we samenleven.   Dit boek heeft mijn percepties over wat “conservatief” en “progressief” betekent bij ons, in de USA, en zelfs in exotische culturen zoals India of Brazilië in een compleet nieuw licht geplaatst.  Is het echt zo dat conservatieven de armen armer willen maken, en de rijken rijker?   Is links moreel superieur aan rechts?   Zijn conservatieven per definitie “angry white men”?   Wat betekent het woord “conservatief” eigenlijk?   Wat is de zin van religie in onze samenleving?  Hoe kunnen we zin vinden in ons leven?  Hoe kunnen we op elegante wijze met elkaar van mening verschillen, ook al hebben we een verschillend moreel referentiekader, en ook al zijn we op het eerste gezicht het niet echt eens met elkaar.

Waarover gaat het ?

Het boek begint met de existentiële wanhoopskreet van Rodney King nadat hij door vier politieagenten minutenlang was in elkaar geslagen op een nacht in de jaren 90: “Can’t we all just get along?”.   Waarom is er zoveel onenigheid in de wereld, tussen blank en zwart, katholiek en protestant, nationalist en globalist, conservatief en progressief, of soenniet versus sjiiet ?   Waarom die breuklijnen, en waarom al die ruzie over die breuklijnen heen?

RUZIE
Ruzie over breuklijnen.   Waarom liggen zaken soms zo onverwacht gevoelig?

Om deze vraag te beantwoorden ploegt Haidt – een psycholoog van opleiding – diep in de menselijke natuur aan de hand van 3 fundamentele basisprincipes die in het boek in detail worden uitgewerkt:

  1. intuitions come first, strategic reasoning second“.   Dit principe staat tegenover het rationalisme van de verlichting van de voorbije eeuwen, waarbij wij – met zovele filosofen en natuurwetenschappers – zijn gaan geloven dat we bij uitstek rationele wezens zijn die weloverwogen standpunten innemen en die ook op een rationele manier in de markt zetten en verdedigen (bvb. in debatten, op café aan de toog, op een kerstfeestje, enzovoort.  Het tegendeel is waar.  We vormen onze mening meestal in een fractie van een seconde, op basis van deels aangeboren, deels aangeleerde morele basis intuïties, en de argumenten worden meestal achteraf zo geconstrueerd dat zij deze intuïtief mening schragen, ondersteunen en verdedigen.
  2. there’s more to morality than harm & fairness“.  Hier bespreekt Haidt in feite de basis ingrediënten van moraliteit.  Enerzijds plaatst hij westerse moraliteit (zogenaamde “WEIRD” moraliteit = Western – Educated – Industrialized – Rich – Democratic) in een breder mondiaal perspectief t.a.v. andere culturen die hij heeft bestudeerd gedurende zijn academische carrière bvb. in India, Brazilië, … Anderzijds identificeert en onderscheidt hij zes morele basis ingrediënten of “intuïties” die evolutionair en genetisch zijn ingeslepen in onze menselijke natuur.  Verschillende culturen, ideologieën en of gemeenschappen bogen op verschillende “configuraties” of “morele matrices” van deze morele intuïties.  Tevens worden progressieve en conservatie morele denkkaders tegen het licht gehouden, en betoogt Haidt dat conservatieven een breder en daardoor ook robuuster moreel appél stellen aan de kiezer, waardoor conservatieve (republikeinse) politici het soms makkelijker hebben om de onderbuik van de maatschappij aan te spreken, dan progressieve (democratische) politici.
  3. morality binds and blinds“: het derde principe beschouwt de mens als een wezen met een diep gewortelde “groepsnatuur”, die zowel het beste (sportieve sportprestaties, spirituele vervoering, succesvolle bedrijven en natiestaten) als het slechtste (xenofobie, fascisme, …) in de mens naar boven kan brengen.   Moeten we onze groepsnatuur – die een biologisch feit is – verguizen en afschaffen, of net herwaarderen en restaureren?   Hoe verhoudt onze individualistische, liberale westerse moraal zich t.o.v. meer collectieve, gemeenschapsgerichte morele systemen en gemeenschappen (typisch in niet-westerse culturen)?

Wil je nog dieper afzakken in deze principes van de morele psychologie en de manier waarop de mens zijn morele en ideologische overtuigingen vormt heb ik in enkele extra blogs de afzonderlijke hoofdstukken nog verder uitgewerkt, samengevat en becommentarieerd in een afzonderlijke blog per hoofdstuk.   Veel leesplezier!

Deel 2 – WE ZIJN MINDER RATIONEEL DAN WE DENKEN

Deel 3 – MORELE INGREDIËNTEN EN HET CONSERVATIEVE VOORDEEL

Deel 4 – MORALITEIT VERBINDT EN VERBLINDT

Deel 5 – SLOT

Advertisements

One thought on ““The righteous mind” (Jonathan Haidt) – Deel 1 – Inleiding & overzicht

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s